zondag 30 oktober 2011

Strijd met zombies

De kaarsjes zijn aangestoken, het duister is buitengesloten. Binnen is ter voorhoging van de feestvreugde een papieren zak om het peertje gehangen, zodat het licht boven de tafel effectief gedempt wordt. M. en E. hebben net een nieuwe woning betrokken en ik ben op bezoek. In de keuken geurt het naar zoet en aarde, naar oranje en bruin. Op de houten tafel zet E. de ovenschotel neer. We proeven de herfst en die smaakt, samen met de Chileense wijn, heerlijk.

De rondleiding in het nieuwe huis volbracht, mijn luchtbed opgeblazen, het eten is klaar. We zitten rustig aan tafel en hebben tijd voor elkaar, voor gesprekken. Althans, dat verwachtte ik. Maar mijn verwachting is gebaseerd op een tijd waarin er nog geen zombie's bestonden die wortelveldjes moesten wieden om punten te halen voor een ander spel waarin je elkaar door een levensechte schietbeweging met je iPhone omver moest knallen.

Er lekt aandacht weg en nu moet ik dus de concurrentie aan met zombies. Tsja, en weet het maar eens te winnen van deze levende doden. Dat lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Ik pieker erover. Moet ik de slag wel aangaan? En hoe dan? Er lijkt mij uiteindelijk maar één mogelijkheid om van de zombies te winnen: door iets doen wat zij niet kunnen. Praten.

Ik besef dat ik in een paradox gevangen zit. Met praten verloor ik de strijd van de zombies, maar met andere woorden moet ik ze toch aan de kant krijgen. Hakkelend begin ik over de zombies, voorzichtig lange tenen vermijdend. Het was niet nodig. Met 3 woorden heb ik de zombies terug in hun graf, voor de duur van het avondeten. Fijn, nu kunnen we praten, het leven in woorden en gebaren vatten.

"Als jij dan zo van woorden houdt, ken ik nog wel een ander spelletje voor je telefoon," zegt E, "en ik win altijd, dus ik wil met je spelen." Ik twijfel. Misschien trekken de woorden straks net zo hard aan mij tijdens het eten, als haar zombies aan haar. Dat wil ik niet. Maar ondertussen is mijn drang om te winnen al wel de strijd aangegaan met mijn principes. M. denkt heel pragmatisch. "Dan speel je het alleen 's ochtends bij je ontbijt; dan ben je toch alleen."

De verleiding is groot... en het interne gevecht vooralsnog onbeslist. Wordfeud is (nog?) niet gedownload.