Ik stond bij een bushalte in Utrecht. Het regende, zonder dat het koud of vervelend was. Het was een rustige straat, met niet al te grote, maar wel verzorgde huizen. Af en toe kwam een fietser voorbij; de auto's hielden zich keurig aan de maximumsnelheid. Eigenlijk gebeurde er niets- het was een goede zondag. Totdat er vanachter de huizen een donker, gemeenschappelijk gegrom kwam aanrollen. Het zwol aan en rolde weer terug. Er was gescoord, of bijna. Dat weet ik niet.
De enige voetbalwedstrijd waar ik ooit geweest ben, is de play-off Ajax-Heerenveen, zo'n 2,5 jaar geleden. In het half gevulde stadion kon ik een paar keer opstaan, omdat Ajax scoorde. Het gevoel dat bij de bushalte over me heen kwam, was van een andere orde. Ik kon me opeens voorstellen hoe gladiatoren zich gevoeld moeten hebben bij het betreden van de arena. Het gemeenschappelijke gegrom was iets dierlijks, mannelijks. Hier ging het om overleven, om voortplanten- met dat gegrom kwam de spanning vrij. Het was gelukt- dat overleven, dat voortplanten. Utrecht had gewonnen. En mijn broertje, mijn kleine grote broertje was een van de grommende mannen geweest.
zondag 29 november 2009
woensdag 25 november 2009
Dikke spinnen
Er wonen 2 spinnen in mijn wc. De een is mager en eet veel, de ander dik en eet nooit. De spinnen hebben allebei een eigen strategisch gekozen hoek, waarvan één muur grenst aan het halletje. In mijn halletje komt van alles aanwaaien: bladeren, takjes, wormen en pissebedden. En die pissebedden, die eten mijn spinnen het allerlieft. De kleine magere laat regelmatig pissebedomhulsels achter op mijn vloer. En hij groeit ervan. Want zo klein en mager is hij ondertussen niet meer. Dat moet de concurrent aan de overzijde gezien hebben. Tot nu toe had ik nog geen insectenlijkje onder zijn web kunnen bespeuren, maar daar is vandaag verandering in gekomen. Ik weet zeker dat hij aan een inhaalslag gaat beginnen. Nu maar afwachten of hij nog dikker wordt.
Deze spinnen zijn mijn geheim. Vriendinnen zouden niet meer naar de wc durven als ze mijn medebewoners zien, of nog erger: ze dood willen maken. Maar hoe graag ze dat ook zouden willen: mijn spinnen zijn slimmer. Elke keer als er gevaar dreigt, kruipen ze snel de muur in. Nu maar hopen dat ze in hun concurrentiestrijd niet zo veel pissebedjes eten dat ze te dik worden voor hun eigen schuilplaats. Want dan kan ik niet voor hun leven instaan...
Deze spinnen zijn mijn geheim. Vriendinnen zouden niet meer naar de wc durven als ze mijn medebewoners zien, of nog erger: ze dood willen maken. Maar hoe graag ze dat ook zouden willen: mijn spinnen zijn slimmer. Elke keer als er gevaar dreigt, kruipen ze snel de muur in. Nu maar hopen dat ze in hun concurrentiestrijd niet zo veel pissebedjes eten dat ze te dik worden voor hun eigen schuilplaats. Want dan kan ik niet voor hun leven instaan...
maandag 9 november 2009
Gary
Gary wilde Bob zijn, maar dat gaat natuurlijk niet zomaar. Bob kon alleen al met zijn sonore stemgeluid mensen in extase brengen. Maar Bob deed het vooral met zijn penseel en zijn vermogen zich in te leven in de natuur. Ieder eenzaam boompje wilde een vriendje en Bob was zo goed die te geven. Tja, Bob is niet meer en Gary wel. Gary had een artistiek petje op, een beetje een mengelmoes tussen een Schotse muts en een Franse baret. Zijn grijze haar piekte er fijn onderuit. De basis van zijn werkstuk had hij al klaar: wolken en groen, zoals het hoort. Er volgde een vogeltje, dat besjes at. Fijne wijnranken gingen in een S-bocht door de bladerpartij heen, zodat het licht er in de ene bocht net wél en de andere bocht net niét op viel. Gary deed zo zijn best, maar ik bleef aan Bob denken. En juist daarom was Gary vandaag mijn reddende engel. Sommige televisie is zo slecht dat die vanzelf goed wordt.
zondag 8 november 2009
Geluk aan zee
Ik had gelijk af kunnen slaan, de duinen in. Maar ik wilde graag de zee zien. Op het hele pad door de duinen is er geen moment dat er een blik op de zee wordt gegund. Dus reed ik door. Naast de friettent stopte ik. Het strand was mooi en de zee rustig. Alle strandtenten waren weg. Vandaag kwamen mensen om met hun hond over het strand te wandelen. Een jonge vrouw met een baby op haar buik kwam naast me staan. Het jongetje keek met grote ogen naar het water. Ik keek jaloers naar haar en zij naar mij. Het leek mij zo'n geluk om met zo'n warm, klein mensje tegen je aan zo'n mooie dag in te mogen kijken. Het leek haar zo'n geluk om op de racefiets door de duinen te kunnen sjezen. Ze had gelijk. Dat was ook mijn geluk en ik heb ervan genoten.
zaterdag 7 november 2009
Voorbij
Het is uit.
Ik ben dankbaar dat Judith, mijn broertje en zijn vriendin voor me gezorgd hebben. Ze hebben me op sleeptouw genomen naar de markt en mij volgegoten met alcohol en verhalen, die niets met liefde te maken hebben. Op sommige dagen moet ik door anderen worden geleefd, omdat ik het zelf niet kan. Vandaag was zo'n dag.
Ik ben dankbaar dat Judith, mijn broertje en zijn vriendin voor me gezorgd hebben. Ze hebben me op sleeptouw genomen naar de markt en mij volgegoten met alcohol en verhalen, die niets met liefde te maken hebben. Op sommige dagen moet ik door anderen worden geleefd, omdat ik het zelf niet kan. Vandaag was zo'n dag.
donderdag 5 november 2009
Liever kaal
Het regende hard. Zo hard dat ik de tijd had genomen om mijn papieren in plastic te stoppen om te voorkomen dat ze nat zouden worden in mijn stoffen tas. En dat wil wat zeggen, want ik heb 's ochtends altijd haast. Toen ik bij de Raamsteeg arriveerde, droop het water van mijn jas. Mijn natte kleren hing ik op de kapstok. De man die na mij plaatsnam in de wachtkamer, was goedgemutst. Hij keek vrolijk rond, maakte wat geluid. Om wat aardigs terug te zeggen, begon ik over hoe ik in de korte tocht van mijn huis naar het laboratorium heel nat had kunnen worden. Ja, ja. Hij had nog wel overwogen om met de auto te komen. Waar hij dan woonde. Dichtbij. In de 3 octoberstraat. Dat is ongeveer 500 meter- hoe kun je het dan zelfs maar overwegen om de auto te pakken! Vol ongeloof keek ik hem aan. "Je kunt maar beter kaal zijn, als het regent," zei hij, alsof dat de reden was dat hij toch was komen lopen. Ik lachte hartelijk terug- ik heb werkelijk geen idee of dat beter is.
woensdag 4 november 2009
Goddelijk gezang
Op het laatste moment kwam een man de trein binnenstormen. Hij had hem net gehaald. Schuin tegenover mij plofte hij neer. Op zo'n moment zou ik tien minuten bezig zijn uit te puffen en bij te komen, maar hij niet. Alsof alle haast in een klap van hem was afgegleden, ontwarde hij in alle rust de draden van zijn oordopjes. In mijn geval zou dat, na zo'n sprint, hebben geleid tot een nog grotere kluwe. Hij zat bij Den Haag Mariahoeve al rustig mee te deinen op zijn muziek. Het was stil in de trein, dus toen hij zachtjes en heel vals begon mee te neuriën, was dat duidelijk hoorbaar. Op dat moment was er de keuze: eraan ergeren of erom lachen. Een aantal mede-passagiers koos voor het eerste en zette een tegenoffensief in: het geluid van hun mp3-spelers zo hard mogelijk aanzetten. Het deerde de man niets. Hij bleef rustig, keek vriendelijk en onverstoorbaar. Hij deed niet mee aan deze geluidsoorlog. Hij neuriede door, verlicht door goddelijke gezangen, zo stel ik me voor.
Abonneren op:
Posts (Atom)