Doet u maar blond haar en blauwe ogen. Ach ja, en een beetje slim zou ook wel leuk zijn. Niet te lang, niet te kort.
U mag zich achter het witte scherm uitkleden. Bovenkleding kunt u aanlaten. Gaat u maar liggen, mevrouw. Het is misschien een beetje koud, maar verder voelt u er weinig van. U kunt vandaag verder gewoon alles doen, hoeft nergens rekening mee te houden. Liever geen alcohol en sigaretten, maar dat zult u wel begrijpen. Ja, hier heb ik hem, nr. 31087. Korte vrijpartij, hè? Een vluggertje. Nou, dat was het. Over 4 weken kunt u terugkomen. Dan kijken we of het aangeslagen is.
Gefeliciteerd mevrouw, u bent zwanger. U krijgt een kind. De helft van het kind kent u niet. Maar uw kind hoeft nooit te weten dat het de helft van zichzelf niet kent. U doet gewoon alsof. Het is uw geheim.
De fee deed haar toverspreuk en verdween. Het resultaat ben ik, het wenskind. Maar de stof is met de goede fee verdwenen. Dat was de afspraak. Ik vind het fijn dat ik leef, maar ben verdrietig dat ik de helft van mij niet zal kennen.
vrijdag 25 december 2009
dinsdag 22 december 2009
Kris Kross wordt met de jaren beter
Hoe kan dat toch, dat muziek die ik vroeger slecht vond, mij nu laat dansen? Vanochtend hoorde ik 'Jump' van Kris Kross op de radio. Wat was dat een goed begin van mijn dag!
Kris Kross was heel tof toen ik in groep 8 zat. Alle populaire jongens droegen hun kleren achterstevoren, in navolging van hun jeugdige idolen. Het leek mij wat onhandig en bovendien was ik niet populair en geen jongen, dus die rage kon ik rustig aan mij voorbij laten gaan. Ik was Kinderen voor Kinderen net ontgroeid en er kwam muziek uit mijn luidsprekers, die niet aan mijn ouders besteed was. Geen Kris Kross, maar Queen, opgepikt bij een vriendinnetje. De platen met popmuziek waren bij mijn ouders op een hand te tellen. Ik geloof dat er twee LP's van de Beatles in de kast lagen. De enige platen uit mijn ouders' muziekcollectie, die door mijn handen gingen, waren van Herman van Veen en Boudewijn de Groot. Dat ik daar een zwak voor blijf houden, snap ik wel, maar hoe er een zwak is ontstaan voor muziek die ik in mijn tienerjaren helemaal niet zo leuk vond, is mij een raadsel.
Kris Kross is zeker geen uitzondering van deze opwaardering. MC Hammers 'Can't touch this' is er ook zo één. Vooral het "I told you, homeboy", doet mijn mondhoeken omhoog krullen. En bij mij niet alleen. Ook vriendinnen kunnen opeens enthousiast worden van oude nummers- meezingen met KvK "...en dat ben ik en ik heet Jurgen", of dansen op Two Unlimited. Ons geheugen legt overal zo'n roze glazuurlaagje over. Alles wordt leuk. En Youtube is de eindeloze bron voor het oproepen van jeugdsentiment gebleken.
Kris Kross was heel tof toen ik in groep 8 zat. Alle populaire jongens droegen hun kleren achterstevoren, in navolging van hun jeugdige idolen. Het leek mij wat onhandig en bovendien was ik niet populair en geen jongen, dus die rage kon ik rustig aan mij voorbij laten gaan. Ik was Kinderen voor Kinderen net ontgroeid en er kwam muziek uit mijn luidsprekers, die niet aan mijn ouders besteed was. Geen Kris Kross, maar Queen, opgepikt bij een vriendinnetje. De platen met popmuziek waren bij mijn ouders op een hand te tellen. Ik geloof dat er twee LP's van de Beatles in de kast lagen. De enige platen uit mijn ouders' muziekcollectie, die door mijn handen gingen, waren van Herman van Veen en Boudewijn de Groot. Dat ik daar een zwak voor blijf houden, snap ik wel, maar hoe er een zwak is ontstaan voor muziek die ik in mijn tienerjaren helemaal niet zo leuk vond, is mij een raadsel.
Kris Kross is zeker geen uitzondering van deze opwaardering. MC Hammers 'Can't touch this' is er ook zo één. Vooral het "I told you, homeboy", doet mijn mondhoeken omhoog krullen. En bij mij niet alleen. Ook vriendinnen kunnen opeens enthousiast worden van oude nummers- meezingen met KvK "...en dat ben ik en ik heet Jurgen", of dansen op Two Unlimited. Ons geheugen legt overal zo'n roze glazuurlaagje over. Alles wordt leuk. En Youtube is de eindeloze bron voor het oproepen van jeugdsentiment gebleken.
donderdag 17 december 2009
Oude mannetjes
Oude mannetjes hebben vaak mijn sympathie. De wereld om hen heen lijkt ze vergeten te zijn. Daar lopen ze dan op straat, een beetje krom van een levenlang werken, met in hun hand een boodschappentas. Misschien gaan ze iedere dag wel even naar de supermarkt, alleen al voor het praatje met de zestienjarige cassière, die de boodschappen in zo'n hoog mogelijk tempo langs de scanner haalt. Zij heeft geen geduld met het gerommel van de oude mannen, op zoek naar hun portemonnee met de laatste euro's, en zucht vermoeid. Geen praatje, geen vriendelijk woord. Alleen vertrekt zo'n oude man weer, op weg naar zijn lege huis, waar niemand wacht. De wereld beweegt veel sneller dan zij. Het is alsof ze het letterlijk niet meer bij kunnen benen. God heeft ze vergeten mee te nemen en daarom zijn ze nog hier.
Zielig vind ik die oude mannetjes. De wereld zou best wat rustiger mogen draaien. Zij hebben de mooie verhalen over vroeger. Ik kon niet genoeg krijgen van het verhaal waarin mijn opa vertelde dat hij schotje ging trappen op de bevroren Utrechtse grachten. Het kapot maken van het net dichtgevroren water, was in die tijd kennelijk onbehoorlijk. Een politieagent achtervolgde hem tot in het badhuis. Dat is toch niet meer voor te stellen? Herstel ze in ere, die oude mensjes. Een rustiger draaiende wereld is voor iedereen een stuk fijner.
Zielig vind ik die oude mannetjes. De wereld zou best wat rustiger mogen draaien. Zij hebben de mooie verhalen over vroeger. Ik kon niet genoeg krijgen van het verhaal waarin mijn opa vertelde dat hij schotje ging trappen op de bevroren Utrechtse grachten. Het kapot maken van het net dichtgevroren water, was in die tijd kennelijk onbehoorlijk. Een politieagent achtervolgde hem tot in het badhuis. Dat is toch niet meer voor te stellen? Herstel ze in ere, die oude mensjes. Een rustiger draaiende wereld is voor iedereen een stuk fijner.
maandag 14 december 2009
Een stad vol Rudi's
In Leiden wonen Leijenaren. Leijenaren worden geboren in Leiden, groeien op in de Kooi, gaan op donderdagavond op hun brommer hangen in de Haarlemmer en worden voor hun 25e ouder. Leijenaren leven voor 3 oktober en praten Leids, met een rollende r. Ik ben import en zal dus nooit een echte Leijenaar worden; ik heb ook geen brommer, daar gaat het eigenlijk al mis. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat mijn omgang met Leijenaren beperkt is tot de lokale klusjeman en een paar buren. Een ding valt mij bijzonder op aan de Leijenaren, vooral die tussen de 12 en 18 jaar. Ze dragen kleren die zo'n 15 jaar geleden tof waren bij gabbers: nike's en aussi's. Alleen het kale hoofd ontbreekt. Misschien hadden de jongens dát nou net óók moeten overnemen van hun illustere mode-voorbeelden. Maar nee, de mode is onnavolgbaar, want de jongens kijken voor hun kapsels nog verder terug in de geschiedenis: naar de jaren 80.
In de jaren 80 was ik nog een meisje en veel meer dan getoupeerd haar kan ik me niet herinneren van de kapsels van die tijd. Maar een ding staat in mijn geheugen gegrift: de mat bij mannen, het liefst met een lang dun vlechtje eronder uit. Zelfs mijn broertje liep daar trots mee rond. Gelukkig heb ik het vlechtje nog niet gesignaleerd, maar de mat is veelvuldig aanwezig. Wat de Leidse jongens er mooi aan vinden, weet ik niet, maar ik denk elke keer aan Rudi als ik een matje voorbij zie komen. Rudi is de personificatie van hoe een man met een mat eruit ziet: geblondeerd haar, kort bovenop, lang vanachter, gel bovenin, nors kijkend en bovenal Duits. En het fijne is: iedereen kent Rudi. Denk maar aan Rijkaard en Rudi komt vanzelf boven drijven.
Zal ik eens één keer tegen zo'n jongen zeggen dat hij op Rudi lijkt? Misschien breng ik het kapsel van zo'n jongen dan wel een decennium dichter bij het huidige. Dat zou toch een verademing zijn.
In de jaren 80 was ik nog een meisje en veel meer dan getoupeerd haar kan ik me niet herinneren van de kapsels van die tijd. Maar een ding staat in mijn geheugen gegrift: de mat bij mannen, het liefst met een lang dun vlechtje eronder uit. Zelfs mijn broertje liep daar trots mee rond. Gelukkig heb ik het vlechtje nog niet gesignaleerd, maar de mat is veelvuldig aanwezig. Wat de Leidse jongens er mooi aan vinden, weet ik niet, maar ik denk elke keer aan Rudi als ik een matje voorbij zie komen. Rudi is de personificatie van hoe een man met een mat eruit ziet: geblondeerd haar, kort bovenop, lang vanachter, gel bovenin, nors kijkend en bovenal Duits. En het fijne is: iedereen kent Rudi. Denk maar aan Rijkaard en Rudi komt vanzelf boven drijven.
Zal ik eens één keer tegen zo'n jongen zeggen dat hij op Rudi lijkt? Misschien breng ik het kapsel van zo'n jongen dan wel een decennium dichter bij het huidige. Dat zou toch een verademing zijn.
zondag 13 december 2009
Winterweer
Tot voor kort regende het veel. Ik vind dat grijze novemberweer vreselijk. Het is niet koud genoeg om te sneeuwen, maar wel koud genoeg om onaangenaam te zijn. Het is alsof de dag besloten heeft dat het niet de moeite waard is om uit bed te komen. En in november weet je één ding zeker: er zullen nog heel veel donkere, koude, natte dagen volgen.
Al in oktober, voordat het één nacht gevroren had, had ik het onder mijn vier-seizoenendekbed koud- mijn zolder is niet geïsoleerd. Daarom besloot ik in november tot de aanschaf van het warmste en grootste dekbed dat de Ikea te bieden had. Een goed investering voor donkere dagen. En onder dat warme dekbed hoorde ik hoe het novemberweer tekeer ging, tot aan december toe. Stiekem was datgene wat ik overdag verafschuwde, 's avonds heel fijn. De regen tikte soms zachtjes en af en toe heel hard tegen mijn dak. Het voelde alsof ik in een tentje sliep, maar dan in een lekker bed. Wie wil dat nu niet? Zo'n fijn vakantiegevoel gewoon in mijn eigen huisje, midden in december.
Afgelopen week kwam er nieuws: het weer zou veranderen. Geen buien meer, maar mooi winterweer. De oostenwind brengt zon en kou. Jammer, dacht ik, geen tentje meer tijdens mijn slapeloze nachten. Maar nu de nachten geen plezier meer brengen, doen de dagen dat wel: wat is de kou op mijn wangen prettig en het witte winterlicht prachtig. Ik hoop dat het nog even zo blijft.
Al in oktober, voordat het één nacht gevroren had, had ik het onder mijn vier-seizoenendekbed koud- mijn zolder is niet geïsoleerd. Daarom besloot ik in november tot de aanschaf van het warmste en grootste dekbed dat de Ikea te bieden had. Een goed investering voor donkere dagen. En onder dat warme dekbed hoorde ik hoe het novemberweer tekeer ging, tot aan december toe. Stiekem was datgene wat ik overdag verafschuwde, 's avonds heel fijn. De regen tikte soms zachtjes en af en toe heel hard tegen mijn dak. Het voelde alsof ik in een tentje sliep, maar dan in een lekker bed. Wie wil dat nu niet? Zo'n fijn vakantiegevoel gewoon in mijn eigen huisje, midden in december.
Afgelopen week kwam er nieuws: het weer zou veranderen. Geen buien meer, maar mooi winterweer. De oostenwind brengt zon en kou. Jammer, dacht ik, geen tentje meer tijdens mijn slapeloze nachten. Maar nu de nachten geen plezier meer brengen, doen de dagen dat wel: wat is de kou op mijn wangen prettig en het witte winterlicht prachtig. Ik hoop dat het nog even zo blijft.
dinsdag 8 december 2009
Oude truien
Ik ben lid van de vakbond. Als ik het zo opschrijf, lijkt het neutraal, een feit. Maar eigenlijk ben ik lid met tegenzin. Het is alsof het mijn plicht is lid te zijn. En dan ben ik ook nog lid van de vakbond, waar ik het meeste afkeer voor voel: de FNV. Lid worden van de CNV kon helaas niet- mijn opa zou zich omdraaien in zijn graf en bovendien ben ik al abonnee van de Trouw. Dat is wel christelijk genoeg. De FNV doet er werkelijk alles aan om mij me zo ongemakkelijk mogelijk te laten voelen bij mijn lidmaatschap.
Afgelopen week was het nieuwe dieptepunt: ik kreeg een brief over de vastgelopen CAO-onderhandelingen. De FNV was het slachtoffer van werkgevers die niet wilden luisteren. Dat werd in de tekst letterlijk onderstreept en vet-gedrukt. "Maar wanneer je dan wordt uitgenodigd verwacht je natuurlijk ook dat de werkgevers serieus op je eisen in zullen gaan." Mijn ergenis werd extra gevoed door de slecht geschreven brief. Waarom kon er niet gewoon een feitelijk verslag komen: dit waren onze eisen en we zijn er hier en hierom niet uitgekomen?
Bij mij doemden beelden van zo'n 13 jaar geleden op. Ik was alto en had standpunten: ik was voor vrouwenrechten, tegen lichtvervuiling door kassen en voor een gelijke inkomensverdeling. Met discrimatie had ik nooit wat te maken had gehad, mijn moeder kocht in kassen gekweekte groente op de markt (en ik at ze zonder problemen op) en een noemenswaardig inkomen had ik niet. Maar ik was puber en wilde de wereld verbeteren. Daarom werd ik lid van Rebel, de jongerenbeweging van de Socialistische Arbeiders Partij. Eerst waren de bijeenkomsten onschuldig, op de jongenskamer van een schoolgenoot. Maar in Utrecht, waar de SAP vergaderde, werd het serieus. In een rokerig kraakpand bespraken mannen (want dat waren het voornamelijk), gekleed in oude truien en versleten schoenen, de Spaanse Burgeroorlog en de REVOLUTIE. Want de arbeiders in Nederland, nee Europa, zouden in opstand komen. Buitenlanders, die ons zouden bijstaan tijdens die omwenteling, hadden in ons land slaapplekken nodig. Wie had er een bed over? Nou, ik niet. Ik was weliswaar jong, maar niet gek. Hoe graag ik de wereld ook wilde verbeteren, in revolutie geloofde ik niet.
Het beeld van die verongelijkte mannen met onhoudbare idealen, komt elke keer naar voren als ik de brieven van de FNV lees. Bij de FNV moeten ze hun truien maar eens inwisselen voor een goed pak. Van oude truien krijg ik namelijk jeuk.
Afgelopen week was het nieuwe dieptepunt: ik kreeg een brief over de vastgelopen CAO-onderhandelingen. De FNV was het slachtoffer van werkgevers die niet wilden luisteren. Dat werd in de tekst letterlijk onderstreept en vet-gedrukt. "Maar wanneer je dan wordt uitgenodigd verwacht je natuurlijk ook dat de werkgevers serieus op je eisen in zullen gaan." Mijn ergenis werd extra gevoed door de slecht geschreven brief. Waarom kon er niet gewoon een feitelijk verslag komen: dit waren onze eisen en we zijn er hier en hierom niet uitgekomen?
Bij mij doemden beelden van zo'n 13 jaar geleden op. Ik was alto en had standpunten: ik was voor vrouwenrechten, tegen lichtvervuiling door kassen en voor een gelijke inkomensverdeling. Met discrimatie had ik nooit wat te maken had gehad, mijn moeder kocht in kassen gekweekte groente op de markt (en ik at ze zonder problemen op) en een noemenswaardig inkomen had ik niet. Maar ik was puber en wilde de wereld verbeteren. Daarom werd ik lid van Rebel, de jongerenbeweging van de Socialistische Arbeiders Partij. Eerst waren de bijeenkomsten onschuldig, op de jongenskamer van een schoolgenoot. Maar in Utrecht, waar de SAP vergaderde, werd het serieus. In een rokerig kraakpand bespraken mannen (want dat waren het voornamelijk), gekleed in oude truien en versleten schoenen, de Spaanse Burgeroorlog en de REVOLUTIE. Want de arbeiders in Nederland, nee Europa, zouden in opstand komen. Buitenlanders, die ons zouden bijstaan tijdens die omwenteling, hadden in ons land slaapplekken nodig. Wie had er een bed over? Nou, ik niet. Ik was weliswaar jong, maar niet gek. Hoe graag ik de wereld ook wilde verbeteren, in revolutie geloofde ik niet.
Het beeld van die verongelijkte mannen met onhoudbare idealen, komt elke keer naar voren als ik de brieven van de FNV lees. Bij de FNV moeten ze hun truien maar eens inwisselen voor een goed pak. Van oude truien krijg ik namelijk jeuk.
Abonneren op:
Posts (Atom)