Doet u maar blond haar en blauwe ogen. Ach ja, en een beetje slim zou ook wel leuk zijn. Niet te lang, niet te kort.
U mag zich achter het witte scherm uitkleden. Bovenkleding kunt u aanlaten. Gaat u maar liggen, mevrouw. Het is misschien een beetje koud, maar verder voelt u er weinig van. U kunt vandaag verder gewoon alles doen, hoeft nergens rekening mee te houden. Liever geen alcohol en sigaretten, maar dat zult u wel begrijpen. Ja, hier heb ik hem, nr. 31087. Korte vrijpartij, hè? Een vluggertje. Nou, dat was het. Over 4 weken kunt u terugkomen. Dan kijken we of het aangeslagen is.
Gefeliciteerd mevrouw, u bent zwanger. U krijgt een kind. De helft van het kind kent u niet. Maar uw kind hoeft nooit te weten dat het de helft van zichzelf niet kent. U doet gewoon alsof. Het is uw geheim.
De fee deed haar toverspreuk en verdween. Het resultaat ben ik, het wenskind. Maar de stof is met de goede fee verdwenen. Dat was de afspraak. Ik vind het fijn dat ik leef, maar ben verdrietig dat ik de helft van mij niet zal kennen.
vrijdag 25 december 2009
dinsdag 22 december 2009
Kris Kross wordt met de jaren beter
Hoe kan dat toch, dat muziek die ik vroeger slecht vond, mij nu laat dansen? Vanochtend hoorde ik 'Jump' van Kris Kross op de radio. Wat was dat een goed begin van mijn dag!
Kris Kross was heel tof toen ik in groep 8 zat. Alle populaire jongens droegen hun kleren achterstevoren, in navolging van hun jeugdige idolen. Het leek mij wat onhandig en bovendien was ik niet populair en geen jongen, dus die rage kon ik rustig aan mij voorbij laten gaan. Ik was Kinderen voor Kinderen net ontgroeid en er kwam muziek uit mijn luidsprekers, die niet aan mijn ouders besteed was. Geen Kris Kross, maar Queen, opgepikt bij een vriendinnetje. De platen met popmuziek waren bij mijn ouders op een hand te tellen. Ik geloof dat er twee LP's van de Beatles in de kast lagen. De enige platen uit mijn ouders' muziekcollectie, die door mijn handen gingen, waren van Herman van Veen en Boudewijn de Groot. Dat ik daar een zwak voor blijf houden, snap ik wel, maar hoe er een zwak is ontstaan voor muziek die ik in mijn tienerjaren helemaal niet zo leuk vond, is mij een raadsel.
Kris Kross is zeker geen uitzondering van deze opwaardering. MC Hammers 'Can't touch this' is er ook zo één. Vooral het "I told you, homeboy", doet mijn mondhoeken omhoog krullen. En bij mij niet alleen. Ook vriendinnen kunnen opeens enthousiast worden van oude nummers- meezingen met KvK "...en dat ben ik en ik heet Jurgen", of dansen op Two Unlimited. Ons geheugen legt overal zo'n roze glazuurlaagje over. Alles wordt leuk. En Youtube is de eindeloze bron voor het oproepen van jeugdsentiment gebleken.
Kris Kross was heel tof toen ik in groep 8 zat. Alle populaire jongens droegen hun kleren achterstevoren, in navolging van hun jeugdige idolen. Het leek mij wat onhandig en bovendien was ik niet populair en geen jongen, dus die rage kon ik rustig aan mij voorbij laten gaan. Ik was Kinderen voor Kinderen net ontgroeid en er kwam muziek uit mijn luidsprekers, die niet aan mijn ouders besteed was. Geen Kris Kross, maar Queen, opgepikt bij een vriendinnetje. De platen met popmuziek waren bij mijn ouders op een hand te tellen. Ik geloof dat er twee LP's van de Beatles in de kast lagen. De enige platen uit mijn ouders' muziekcollectie, die door mijn handen gingen, waren van Herman van Veen en Boudewijn de Groot. Dat ik daar een zwak voor blijf houden, snap ik wel, maar hoe er een zwak is ontstaan voor muziek die ik in mijn tienerjaren helemaal niet zo leuk vond, is mij een raadsel.
Kris Kross is zeker geen uitzondering van deze opwaardering. MC Hammers 'Can't touch this' is er ook zo één. Vooral het "I told you, homeboy", doet mijn mondhoeken omhoog krullen. En bij mij niet alleen. Ook vriendinnen kunnen opeens enthousiast worden van oude nummers- meezingen met KvK "...en dat ben ik en ik heet Jurgen", of dansen op Two Unlimited. Ons geheugen legt overal zo'n roze glazuurlaagje over. Alles wordt leuk. En Youtube is de eindeloze bron voor het oproepen van jeugdsentiment gebleken.
donderdag 17 december 2009
Oude mannetjes
Oude mannetjes hebben vaak mijn sympathie. De wereld om hen heen lijkt ze vergeten te zijn. Daar lopen ze dan op straat, een beetje krom van een levenlang werken, met in hun hand een boodschappentas. Misschien gaan ze iedere dag wel even naar de supermarkt, alleen al voor het praatje met de zestienjarige cassière, die de boodschappen in zo'n hoog mogelijk tempo langs de scanner haalt. Zij heeft geen geduld met het gerommel van de oude mannen, op zoek naar hun portemonnee met de laatste euro's, en zucht vermoeid. Geen praatje, geen vriendelijk woord. Alleen vertrekt zo'n oude man weer, op weg naar zijn lege huis, waar niemand wacht. De wereld beweegt veel sneller dan zij. Het is alsof ze het letterlijk niet meer bij kunnen benen. God heeft ze vergeten mee te nemen en daarom zijn ze nog hier.
Zielig vind ik die oude mannetjes. De wereld zou best wat rustiger mogen draaien. Zij hebben de mooie verhalen over vroeger. Ik kon niet genoeg krijgen van het verhaal waarin mijn opa vertelde dat hij schotje ging trappen op de bevroren Utrechtse grachten. Het kapot maken van het net dichtgevroren water, was in die tijd kennelijk onbehoorlijk. Een politieagent achtervolgde hem tot in het badhuis. Dat is toch niet meer voor te stellen? Herstel ze in ere, die oude mensjes. Een rustiger draaiende wereld is voor iedereen een stuk fijner.
Zielig vind ik die oude mannetjes. De wereld zou best wat rustiger mogen draaien. Zij hebben de mooie verhalen over vroeger. Ik kon niet genoeg krijgen van het verhaal waarin mijn opa vertelde dat hij schotje ging trappen op de bevroren Utrechtse grachten. Het kapot maken van het net dichtgevroren water, was in die tijd kennelijk onbehoorlijk. Een politieagent achtervolgde hem tot in het badhuis. Dat is toch niet meer voor te stellen? Herstel ze in ere, die oude mensjes. Een rustiger draaiende wereld is voor iedereen een stuk fijner.
maandag 14 december 2009
Een stad vol Rudi's
In Leiden wonen Leijenaren. Leijenaren worden geboren in Leiden, groeien op in de Kooi, gaan op donderdagavond op hun brommer hangen in de Haarlemmer en worden voor hun 25e ouder. Leijenaren leven voor 3 oktober en praten Leids, met een rollende r. Ik ben import en zal dus nooit een echte Leijenaar worden; ik heb ook geen brommer, daar gaat het eigenlijk al mis. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat mijn omgang met Leijenaren beperkt is tot de lokale klusjeman en een paar buren. Een ding valt mij bijzonder op aan de Leijenaren, vooral die tussen de 12 en 18 jaar. Ze dragen kleren die zo'n 15 jaar geleden tof waren bij gabbers: nike's en aussi's. Alleen het kale hoofd ontbreekt. Misschien hadden de jongens dát nou net óók moeten overnemen van hun illustere mode-voorbeelden. Maar nee, de mode is onnavolgbaar, want de jongens kijken voor hun kapsels nog verder terug in de geschiedenis: naar de jaren 80.
In de jaren 80 was ik nog een meisje en veel meer dan getoupeerd haar kan ik me niet herinneren van de kapsels van die tijd. Maar een ding staat in mijn geheugen gegrift: de mat bij mannen, het liefst met een lang dun vlechtje eronder uit. Zelfs mijn broertje liep daar trots mee rond. Gelukkig heb ik het vlechtje nog niet gesignaleerd, maar de mat is veelvuldig aanwezig. Wat de Leidse jongens er mooi aan vinden, weet ik niet, maar ik denk elke keer aan Rudi als ik een matje voorbij zie komen. Rudi is de personificatie van hoe een man met een mat eruit ziet: geblondeerd haar, kort bovenop, lang vanachter, gel bovenin, nors kijkend en bovenal Duits. En het fijne is: iedereen kent Rudi. Denk maar aan Rijkaard en Rudi komt vanzelf boven drijven.
Zal ik eens één keer tegen zo'n jongen zeggen dat hij op Rudi lijkt? Misschien breng ik het kapsel van zo'n jongen dan wel een decennium dichter bij het huidige. Dat zou toch een verademing zijn.
In de jaren 80 was ik nog een meisje en veel meer dan getoupeerd haar kan ik me niet herinneren van de kapsels van die tijd. Maar een ding staat in mijn geheugen gegrift: de mat bij mannen, het liefst met een lang dun vlechtje eronder uit. Zelfs mijn broertje liep daar trots mee rond. Gelukkig heb ik het vlechtje nog niet gesignaleerd, maar de mat is veelvuldig aanwezig. Wat de Leidse jongens er mooi aan vinden, weet ik niet, maar ik denk elke keer aan Rudi als ik een matje voorbij zie komen. Rudi is de personificatie van hoe een man met een mat eruit ziet: geblondeerd haar, kort bovenop, lang vanachter, gel bovenin, nors kijkend en bovenal Duits. En het fijne is: iedereen kent Rudi. Denk maar aan Rijkaard en Rudi komt vanzelf boven drijven.
Zal ik eens één keer tegen zo'n jongen zeggen dat hij op Rudi lijkt? Misschien breng ik het kapsel van zo'n jongen dan wel een decennium dichter bij het huidige. Dat zou toch een verademing zijn.
zondag 13 december 2009
Winterweer
Tot voor kort regende het veel. Ik vind dat grijze novemberweer vreselijk. Het is niet koud genoeg om te sneeuwen, maar wel koud genoeg om onaangenaam te zijn. Het is alsof de dag besloten heeft dat het niet de moeite waard is om uit bed te komen. En in november weet je één ding zeker: er zullen nog heel veel donkere, koude, natte dagen volgen.
Al in oktober, voordat het één nacht gevroren had, had ik het onder mijn vier-seizoenendekbed koud- mijn zolder is niet geïsoleerd. Daarom besloot ik in november tot de aanschaf van het warmste en grootste dekbed dat de Ikea te bieden had. Een goed investering voor donkere dagen. En onder dat warme dekbed hoorde ik hoe het novemberweer tekeer ging, tot aan december toe. Stiekem was datgene wat ik overdag verafschuwde, 's avonds heel fijn. De regen tikte soms zachtjes en af en toe heel hard tegen mijn dak. Het voelde alsof ik in een tentje sliep, maar dan in een lekker bed. Wie wil dat nu niet? Zo'n fijn vakantiegevoel gewoon in mijn eigen huisje, midden in december.
Afgelopen week kwam er nieuws: het weer zou veranderen. Geen buien meer, maar mooi winterweer. De oostenwind brengt zon en kou. Jammer, dacht ik, geen tentje meer tijdens mijn slapeloze nachten. Maar nu de nachten geen plezier meer brengen, doen de dagen dat wel: wat is de kou op mijn wangen prettig en het witte winterlicht prachtig. Ik hoop dat het nog even zo blijft.
Al in oktober, voordat het één nacht gevroren had, had ik het onder mijn vier-seizoenendekbed koud- mijn zolder is niet geïsoleerd. Daarom besloot ik in november tot de aanschaf van het warmste en grootste dekbed dat de Ikea te bieden had. Een goed investering voor donkere dagen. En onder dat warme dekbed hoorde ik hoe het novemberweer tekeer ging, tot aan december toe. Stiekem was datgene wat ik overdag verafschuwde, 's avonds heel fijn. De regen tikte soms zachtjes en af en toe heel hard tegen mijn dak. Het voelde alsof ik in een tentje sliep, maar dan in een lekker bed. Wie wil dat nu niet? Zo'n fijn vakantiegevoel gewoon in mijn eigen huisje, midden in december.
Afgelopen week kwam er nieuws: het weer zou veranderen. Geen buien meer, maar mooi winterweer. De oostenwind brengt zon en kou. Jammer, dacht ik, geen tentje meer tijdens mijn slapeloze nachten. Maar nu de nachten geen plezier meer brengen, doen de dagen dat wel: wat is de kou op mijn wangen prettig en het witte winterlicht prachtig. Ik hoop dat het nog even zo blijft.
dinsdag 8 december 2009
Oude truien
Ik ben lid van de vakbond. Als ik het zo opschrijf, lijkt het neutraal, een feit. Maar eigenlijk ben ik lid met tegenzin. Het is alsof het mijn plicht is lid te zijn. En dan ben ik ook nog lid van de vakbond, waar ik het meeste afkeer voor voel: de FNV. Lid worden van de CNV kon helaas niet- mijn opa zou zich omdraaien in zijn graf en bovendien ben ik al abonnee van de Trouw. Dat is wel christelijk genoeg. De FNV doet er werkelijk alles aan om mij me zo ongemakkelijk mogelijk te laten voelen bij mijn lidmaatschap.
Afgelopen week was het nieuwe dieptepunt: ik kreeg een brief over de vastgelopen CAO-onderhandelingen. De FNV was het slachtoffer van werkgevers die niet wilden luisteren. Dat werd in de tekst letterlijk onderstreept en vet-gedrukt. "Maar wanneer je dan wordt uitgenodigd verwacht je natuurlijk ook dat de werkgevers serieus op je eisen in zullen gaan." Mijn ergenis werd extra gevoed door de slecht geschreven brief. Waarom kon er niet gewoon een feitelijk verslag komen: dit waren onze eisen en we zijn er hier en hierom niet uitgekomen?
Bij mij doemden beelden van zo'n 13 jaar geleden op. Ik was alto en had standpunten: ik was voor vrouwenrechten, tegen lichtvervuiling door kassen en voor een gelijke inkomensverdeling. Met discrimatie had ik nooit wat te maken had gehad, mijn moeder kocht in kassen gekweekte groente op de markt (en ik at ze zonder problemen op) en een noemenswaardig inkomen had ik niet. Maar ik was puber en wilde de wereld verbeteren. Daarom werd ik lid van Rebel, de jongerenbeweging van de Socialistische Arbeiders Partij. Eerst waren de bijeenkomsten onschuldig, op de jongenskamer van een schoolgenoot. Maar in Utrecht, waar de SAP vergaderde, werd het serieus. In een rokerig kraakpand bespraken mannen (want dat waren het voornamelijk), gekleed in oude truien en versleten schoenen, de Spaanse Burgeroorlog en de REVOLUTIE. Want de arbeiders in Nederland, nee Europa, zouden in opstand komen. Buitenlanders, die ons zouden bijstaan tijdens die omwenteling, hadden in ons land slaapplekken nodig. Wie had er een bed over? Nou, ik niet. Ik was weliswaar jong, maar niet gek. Hoe graag ik de wereld ook wilde verbeteren, in revolutie geloofde ik niet.
Het beeld van die verongelijkte mannen met onhoudbare idealen, komt elke keer naar voren als ik de brieven van de FNV lees. Bij de FNV moeten ze hun truien maar eens inwisselen voor een goed pak. Van oude truien krijg ik namelijk jeuk.
Afgelopen week was het nieuwe dieptepunt: ik kreeg een brief over de vastgelopen CAO-onderhandelingen. De FNV was het slachtoffer van werkgevers die niet wilden luisteren. Dat werd in de tekst letterlijk onderstreept en vet-gedrukt. "Maar wanneer je dan wordt uitgenodigd verwacht je natuurlijk ook dat de werkgevers serieus op je eisen in zullen gaan." Mijn ergenis werd extra gevoed door de slecht geschreven brief. Waarom kon er niet gewoon een feitelijk verslag komen: dit waren onze eisen en we zijn er hier en hierom niet uitgekomen?
Bij mij doemden beelden van zo'n 13 jaar geleden op. Ik was alto en had standpunten: ik was voor vrouwenrechten, tegen lichtvervuiling door kassen en voor een gelijke inkomensverdeling. Met discrimatie had ik nooit wat te maken had gehad, mijn moeder kocht in kassen gekweekte groente op de markt (en ik at ze zonder problemen op) en een noemenswaardig inkomen had ik niet. Maar ik was puber en wilde de wereld verbeteren. Daarom werd ik lid van Rebel, de jongerenbeweging van de Socialistische Arbeiders Partij. Eerst waren de bijeenkomsten onschuldig, op de jongenskamer van een schoolgenoot. Maar in Utrecht, waar de SAP vergaderde, werd het serieus. In een rokerig kraakpand bespraken mannen (want dat waren het voornamelijk), gekleed in oude truien en versleten schoenen, de Spaanse Burgeroorlog en de REVOLUTIE. Want de arbeiders in Nederland, nee Europa, zouden in opstand komen. Buitenlanders, die ons zouden bijstaan tijdens die omwenteling, hadden in ons land slaapplekken nodig. Wie had er een bed over? Nou, ik niet. Ik was weliswaar jong, maar niet gek. Hoe graag ik de wereld ook wilde verbeteren, in revolutie geloofde ik niet.
Het beeld van die verongelijkte mannen met onhoudbare idealen, komt elke keer naar voren als ik de brieven van de FNV lees. Bij de FNV moeten ze hun truien maar eens inwisselen voor een goed pak. Van oude truien krijg ik namelijk jeuk.
zondag 29 november 2009
Grommende mannen
Ik stond bij een bushalte in Utrecht. Het regende, zonder dat het koud of vervelend was. Het was een rustige straat, met niet al te grote, maar wel verzorgde huizen. Af en toe kwam een fietser voorbij; de auto's hielden zich keurig aan de maximumsnelheid. Eigenlijk gebeurde er niets- het was een goede zondag. Totdat er vanachter de huizen een donker, gemeenschappelijk gegrom kwam aanrollen. Het zwol aan en rolde weer terug. Er was gescoord, of bijna. Dat weet ik niet.
De enige voetbalwedstrijd waar ik ooit geweest ben, is de play-off Ajax-Heerenveen, zo'n 2,5 jaar geleden. In het half gevulde stadion kon ik een paar keer opstaan, omdat Ajax scoorde. Het gevoel dat bij de bushalte over me heen kwam, was van een andere orde. Ik kon me opeens voorstellen hoe gladiatoren zich gevoeld moeten hebben bij het betreden van de arena. Het gemeenschappelijke gegrom was iets dierlijks, mannelijks. Hier ging het om overleven, om voortplanten- met dat gegrom kwam de spanning vrij. Het was gelukt- dat overleven, dat voortplanten. Utrecht had gewonnen. En mijn broertje, mijn kleine grote broertje was een van de grommende mannen geweest.
De enige voetbalwedstrijd waar ik ooit geweest ben, is de play-off Ajax-Heerenveen, zo'n 2,5 jaar geleden. In het half gevulde stadion kon ik een paar keer opstaan, omdat Ajax scoorde. Het gevoel dat bij de bushalte over me heen kwam, was van een andere orde. Ik kon me opeens voorstellen hoe gladiatoren zich gevoeld moeten hebben bij het betreden van de arena. Het gemeenschappelijke gegrom was iets dierlijks, mannelijks. Hier ging het om overleven, om voortplanten- met dat gegrom kwam de spanning vrij. Het was gelukt- dat overleven, dat voortplanten. Utrecht had gewonnen. En mijn broertje, mijn kleine grote broertje was een van de grommende mannen geweest.
woensdag 25 november 2009
Dikke spinnen
Er wonen 2 spinnen in mijn wc. De een is mager en eet veel, de ander dik en eet nooit. De spinnen hebben allebei een eigen strategisch gekozen hoek, waarvan één muur grenst aan het halletje. In mijn halletje komt van alles aanwaaien: bladeren, takjes, wormen en pissebedden. En die pissebedden, die eten mijn spinnen het allerlieft. De kleine magere laat regelmatig pissebedomhulsels achter op mijn vloer. En hij groeit ervan. Want zo klein en mager is hij ondertussen niet meer. Dat moet de concurrent aan de overzijde gezien hebben. Tot nu toe had ik nog geen insectenlijkje onder zijn web kunnen bespeuren, maar daar is vandaag verandering in gekomen. Ik weet zeker dat hij aan een inhaalslag gaat beginnen. Nu maar afwachten of hij nog dikker wordt.
Deze spinnen zijn mijn geheim. Vriendinnen zouden niet meer naar de wc durven als ze mijn medebewoners zien, of nog erger: ze dood willen maken. Maar hoe graag ze dat ook zouden willen: mijn spinnen zijn slimmer. Elke keer als er gevaar dreigt, kruipen ze snel de muur in. Nu maar hopen dat ze in hun concurrentiestrijd niet zo veel pissebedjes eten dat ze te dik worden voor hun eigen schuilplaats. Want dan kan ik niet voor hun leven instaan...
Deze spinnen zijn mijn geheim. Vriendinnen zouden niet meer naar de wc durven als ze mijn medebewoners zien, of nog erger: ze dood willen maken. Maar hoe graag ze dat ook zouden willen: mijn spinnen zijn slimmer. Elke keer als er gevaar dreigt, kruipen ze snel de muur in. Nu maar hopen dat ze in hun concurrentiestrijd niet zo veel pissebedjes eten dat ze te dik worden voor hun eigen schuilplaats. Want dan kan ik niet voor hun leven instaan...
maandag 9 november 2009
Gary
Gary wilde Bob zijn, maar dat gaat natuurlijk niet zomaar. Bob kon alleen al met zijn sonore stemgeluid mensen in extase brengen. Maar Bob deed het vooral met zijn penseel en zijn vermogen zich in te leven in de natuur. Ieder eenzaam boompje wilde een vriendje en Bob was zo goed die te geven. Tja, Bob is niet meer en Gary wel. Gary had een artistiek petje op, een beetje een mengelmoes tussen een Schotse muts en een Franse baret. Zijn grijze haar piekte er fijn onderuit. De basis van zijn werkstuk had hij al klaar: wolken en groen, zoals het hoort. Er volgde een vogeltje, dat besjes at. Fijne wijnranken gingen in een S-bocht door de bladerpartij heen, zodat het licht er in de ene bocht net wél en de andere bocht net niét op viel. Gary deed zo zijn best, maar ik bleef aan Bob denken. En juist daarom was Gary vandaag mijn reddende engel. Sommige televisie is zo slecht dat die vanzelf goed wordt.
zondag 8 november 2009
Geluk aan zee
Ik had gelijk af kunnen slaan, de duinen in. Maar ik wilde graag de zee zien. Op het hele pad door de duinen is er geen moment dat er een blik op de zee wordt gegund. Dus reed ik door. Naast de friettent stopte ik. Het strand was mooi en de zee rustig. Alle strandtenten waren weg. Vandaag kwamen mensen om met hun hond over het strand te wandelen. Een jonge vrouw met een baby op haar buik kwam naast me staan. Het jongetje keek met grote ogen naar het water. Ik keek jaloers naar haar en zij naar mij. Het leek mij zo'n geluk om met zo'n warm, klein mensje tegen je aan zo'n mooie dag in te mogen kijken. Het leek haar zo'n geluk om op de racefiets door de duinen te kunnen sjezen. Ze had gelijk. Dat was ook mijn geluk en ik heb ervan genoten.
zaterdag 7 november 2009
Voorbij
Het is uit.
Ik ben dankbaar dat Judith, mijn broertje en zijn vriendin voor me gezorgd hebben. Ze hebben me op sleeptouw genomen naar de markt en mij volgegoten met alcohol en verhalen, die niets met liefde te maken hebben. Op sommige dagen moet ik door anderen worden geleefd, omdat ik het zelf niet kan. Vandaag was zo'n dag.
Ik ben dankbaar dat Judith, mijn broertje en zijn vriendin voor me gezorgd hebben. Ze hebben me op sleeptouw genomen naar de markt en mij volgegoten met alcohol en verhalen, die niets met liefde te maken hebben. Op sommige dagen moet ik door anderen worden geleefd, omdat ik het zelf niet kan. Vandaag was zo'n dag.
donderdag 5 november 2009
Liever kaal
Het regende hard. Zo hard dat ik de tijd had genomen om mijn papieren in plastic te stoppen om te voorkomen dat ze nat zouden worden in mijn stoffen tas. En dat wil wat zeggen, want ik heb 's ochtends altijd haast. Toen ik bij de Raamsteeg arriveerde, droop het water van mijn jas. Mijn natte kleren hing ik op de kapstok. De man die na mij plaatsnam in de wachtkamer, was goedgemutst. Hij keek vrolijk rond, maakte wat geluid. Om wat aardigs terug te zeggen, begon ik over hoe ik in de korte tocht van mijn huis naar het laboratorium heel nat had kunnen worden. Ja, ja. Hij had nog wel overwogen om met de auto te komen. Waar hij dan woonde. Dichtbij. In de 3 octoberstraat. Dat is ongeveer 500 meter- hoe kun je het dan zelfs maar overwegen om de auto te pakken! Vol ongeloof keek ik hem aan. "Je kunt maar beter kaal zijn, als het regent," zei hij, alsof dat de reden was dat hij toch was komen lopen. Ik lachte hartelijk terug- ik heb werkelijk geen idee of dat beter is.
woensdag 4 november 2009
Goddelijk gezang
Op het laatste moment kwam een man de trein binnenstormen. Hij had hem net gehaald. Schuin tegenover mij plofte hij neer. Op zo'n moment zou ik tien minuten bezig zijn uit te puffen en bij te komen, maar hij niet. Alsof alle haast in een klap van hem was afgegleden, ontwarde hij in alle rust de draden van zijn oordopjes. In mijn geval zou dat, na zo'n sprint, hebben geleid tot een nog grotere kluwe. Hij zat bij Den Haag Mariahoeve al rustig mee te deinen op zijn muziek. Het was stil in de trein, dus toen hij zachtjes en heel vals begon mee te neuriën, was dat duidelijk hoorbaar. Op dat moment was er de keuze: eraan ergeren of erom lachen. Een aantal mede-passagiers koos voor het eerste en zette een tegenoffensief in: het geluid van hun mp3-spelers zo hard mogelijk aanzetten. Het deerde de man niets. Hij bleef rustig, keek vriendelijk en onverstoorbaar. Hij deed niet mee aan deze geluidsoorlog. Hij neuriede door, verlicht door goddelijke gezangen, zo stel ik me voor.
donderdag 13 augustus 2009
Melles
Uit de struiken springt een lapjeskat naar voren. Deze kat weet wat ze wil. Geaaid worden. De vier zanderige pootjes laten afdrukken achter op mijn broek. Verwachtingsvol kromt ze vast haar rug. Of ik daar maar even wil aaien. Na wat goedkeurend gegrom en gedraai heeft ze plekje gevonden tussen mij en de plastic armleuning. Terwijl ik verder ga met mijn gesprek, aai ik afwezig deze kat. Maar dat is duidelijk niet goed genoeg. Ze wil de volle aandacht. Haar neus duwt ze tegen mijn hand. Naast haar oren, daar wil ze gestreeld worden. En eindelijk is het haar naar d'r zin. Ze spint. Een veeleisende dame!
vrijdag 24 juli 2009
Meermansburg
Ik ga verhuizen, naar hof Meermansburg. Blijer kan ik vandaag niet worden.
Heldhaftig trok ik door een onweersbui heen om op tijd te zijn. Toen ik voor het huisje stond, kon ik de bel niet vinden. Kloppen op het raam gaf geen effect. Ik vervloekte mezelf al dat ik het nummer van de huisbaas niet had meegenomen. Stond ik daar in mijn regenpak voor een schijnbaar leeg huis. Aan de overkant van het hofje stond een deur open, dus ik riep en de vrouw praatte terug. Ik had voor het goede huis gestaan en de bel zat verscholen onder een groene knop.
Binnen was de beslissing snel gevallen: hier wil ik wonen! Wat ben ik blij!
Heldhaftig trok ik door een onweersbui heen om op tijd te zijn. Toen ik voor het huisje stond, kon ik de bel niet vinden. Kloppen op het raam gaf geen effect. Ik vervloekte mezelf al dat ik het nummer van de huisbaas niet had meegenomen. Stond ik daar in mijn regenpak voor een schijnbaar leeg huis. Aan de overkant van het hofje stond een deur open, dus ik riep en de vrouw praatte terug. Ik had voor het goede huis gestaan en de bel zat verscholen onder een groene knop.
Binnen was de beslissing snel gevallen: hier wil ik wonen! Wat ben ik blij!
donderdag 23 juli 2009
Bizar

Dit is toch te bizar voor woorden?!
Kinderen horen toch tikkertje te doen, zich te verstoppen en op driewielers rond te rijden? Waarom kijken volwassenen die wat aan hun gewicht willen doen niet naar kinderen en gaan buiten plezier maken? In plaats van andersom en kinderen met volwassen-speeltjes tegen 'overgewicht' te laten strijden.
Weet eigenlijk niet of ik hier nu om moet lachen of huilen.
woensdag 22 juli 2009
Verhuisdozen
Moe! Sjouwen met verhuisdozen in de hoop dat er een verhuizing komt. Vrijdag ga ik naar een huisje kijken, maar vandaag heb ik vast met dozen gesjouwd. Touwen sneden in mijn vingers en fietsen met 10 dozen, dat gaat natuurlijk niet. Verscholen in het fietsenhok probeerde ik alle mogelijke manieren om dozen op een makkelijke manier te vervoeren. Ik dacht nog dat ik dan gevrijwaard zou zijn van alle meelijwekkende blikken. Die makkelijke manier bestond niet. Met 10 schuivende dozen tussen mijn zadel en stuur ingeklemd liep ik naar huis. Elke 100 meter duwde ik met mijn been de schuivende dozen terug. En de meelijwekkende blikken kwamen toch. Maar ook aanbiedingen van behulpzame handen van jonge vrouwen met vriendelijke gezichten. Die waren er gelukkig ook.
dinsdag 21 juli 2009
Vriendelijke trut
Heerlen, ik moet er nog eens naartoe. Daar is trut geen scheldwoord. Daar is 'trut' vriendelijk zeggen dat je een vrouw niet zo aardig vindt. Nee, als je daar iemand wilt kwetsen, roep je: kutwijf! Dat gaf mij m'n lach.
Het meisje, een Heerlense, zelf afkomstig uit een "aandachtsbuurt", was gehezen in het leven van kakker, een hockeymeisje. En wat mij het meest raakte was dat dit meisje in haar gezin voor even, kansen kreeg en ze pakte. Ze werkte voor het eerst, ging dansen met andere meiden en kookte spaghetti. En daar was ze trots op. Wat mooi om te zien! En vooral, wat zonde dat zij die kansen thuis niet krijgt.
Het meisje, een Heerlense, zelf afkomstig uit een "aandachtsbuurt", was gehezen in het leven van kakker, een hockeymeisje. En wat mij het meest raakte was dat dit meisje in haar gezin voor even, kansen kreeg en ze pakte. Ze werkte voor het eerst, ging dansen met andere meiden en kookte spaghetti. En daar was ze trots op. Wat mooi om te zien! En vooral, wat zonde dat zij die kansen thuis niet krijgt.
maandag 20 juli 2009
Bomen
De bomen aan het Malieveld bewegen zo mooi. Alle groene blaadjes worden heen en weer geschud in de wind, draaien en keren. Samen golven ze. Prachtig. De natuur is zo mooi en nog veel mooier, omdat ik binnen zit opgesloten. Ik kijk vanuit een kantoorraam naar een stukje natuur, naar de bomen, de meeuwen die zweven, en, in de verte, naar de duinen. Ik word blij van buiten, morgen ga ik op de fiets naar mijn werk.
En het mooiste liedje van vandaag: Bertolf, Beggin (gecoverd van Madcon)
En het mooiste liedje van vandaag: Bertolf, Beggin (gecoverd van Madcon)
Het begin
Ik wil elke dag één situatie, gedachte of gebeurtenis beschrijven, waar ik om heb gelachen. Mijn wereld wordt daar vrolijker van en misschien die van anderen ook.
Vandaag begin ik.
Vandaag begin ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)