woensdag 23 juni 2010

Tsja, wk


Ik kijk niet naar voetbal. Nee, ik kijk wel naar voetbal, maar niet naar het Nederlands elftal. Ik durf niet meer. Hoewel ik helemaal niet zo vaderlandslievend ben, stijgt mijn nationalisme tot een ongekend hoogtepunt bij wedstrijden waarin Nederland aantreden moet. Met bonkend hart zit ik dan 2 keer 45 (en wat extra) minuten te zweten voor de televisie. Ik wil dat alle passes aankomen, dat de bal nooit op de eigen helft komt en al helemaal niet dat die dan tik-tik-tik wordt rondgespeeld. Dan wil ik die bal wel vooruit duwen, sta ik inwendig te schreeuwen dat je zo geen tegenstander overrompelt. Natuurlijk zeg ik niets hardop, want ik ben een weldenkend mens dat zijn emoties onder controle heeft. Toch kan ik pas weer ademen als het verschil met de tegenstander meer dan drie punten is. En dat gebeurt bijna nooit. Dus daarom voor mijn eigen bestwil: geen Nederlands elftal-wedstrijden. Zelfs niet die van morgen, waar het toch nergens meer over gaat.


Maar om een WK nou ongemerkt voorbij te laten gaan, dat is natuurlijk ook niet leuk. Dus op een druilerige zondagmiddag zet ik mijn strijkplank voor de tv en zie Italië tegen Nieuw-Zeeland aantreden. Hoewel ik de bijnaam van hun team, 'All Whites', nogal bedenkelijk vind, krijg ik al snel sympathie voor de Nieuw-Zeelanders. Die bonkige kerels moeten die gemanicuurde mannetjes uit de Laars toch op gelijke hoogte kunnen houden. Ik durf al bijna niet meer naar de WC, bang om een goal te missen. Het strijken vordert niet meer. Onder mijn oksels wordt het steeds warmer. 'Ja, kop die corner maar weg, houd die bal uit de 16-meter,' schreeuwt het in mijn hoofd. Vier minuten extra tijd, vier minuten! 'Houd het op 1-1, mannen.' Bijna nog opgeluchter dan de Nieuw-Zeelanders zelf ben ik als de wedstrijd bij een gelijke stand afgefloten wordt.


Tsja, wk. Even doorbijten en wat extra deo dan maar.

zondag 20 juni 2010

Cultureel verantwoord Oerol

Oerol is voor hippies en voor mensen die cultureel verantwoord willen doen. Dat kreeg ik te horen toen ik vertelde dat ik naar Oerol ging. De mensen die mij dit wisten te vertellen, waren nog nooit op Oerol geweest. En toch hadden ze gelijk. Naast hippies kwam ik echter ook een heleboel alto's, gezinnen met jonge kinders, oude grijze vrijsters en echtparen tegen- dat scheelde dan weer. De voorstellingen waren inderdaad cultureel verantwoord: een multiculti opera van Nederlandse mannen, een koor uit de Bijlmer en Antilianen die verhaalden over de lotgevallen van de Vliegende Hollander; een poppenkast over een verdwenen kameel en vriend in Afghanistan en een aan elkaar gezongen film over een kickboxende Jean Claude van Damme als lichtend voorbeeld voor twee opgroeidende broers en drugsgebruik. De kroon spande echter een toneelstuk dat zo moeilijk was dat ik het niet begreep. Het was iets met Hitler, een man in een trainingspak, een man met een plant, de koning van Polen, een maagd in haar bh, torretjes die doodgingen en gered moesten worden en last but not least een man in zijn blote kont met een hoed op zijn rug. Van dat laatste gruwel ik sowieso; ik snap niet waarom een blote kont nodig is op het podium, maar dat terzijde. En zoals een moeilijk stuk betaamt, zag ik de slotscene nauwelijks aankomen. Even vreesde ik voor de acteurs- zij hadden zo hard hun best gedaan, maar zouden nu met pek en veren besmeurd worden door een menig doorgewinterd theaterbezoeker. Niets bleek minder waar: alle mensen die cultureel verantwoord wilden doen, hadden zich verzameld bij dit moeilijke toneelstuk. Zij vonden Hitler en de blote kont zo geweldig dat er een daverend en lang applaus volgde op de slotscene. Nu sloeg de grote twijfel toe: was ik dan werkelijk zo dom? "Nee", zei A., "dat applaudiserende publiek is ook een scene, maar dan uit een ander toneelstuk..." Vol verwachting keek ik haar aan. "...uit 'De nieuwe kleren van de keizer'." Wat een geluk: twee voorstellingen voor de prijs van één.