zondag 12 december 2010

Indruk maken

Piep, piep, piep. Verstoord kijk ik op uit mijn krant. De treincoupé heeft zich gevuld. Tegenover mij is een jongen komen zitten: universiteitstrui, spijkerbroek en sneakers. Ik vraag hem of hij weet waar dat geluid vandaan komt. Van een telefoon denkt hij, maar niet de zijne. Hij vertelt dat hij zelf ooit heeft overwogen een Nintendo DS te kopen om de tijd in de trein door te komen. Maar ja, welke indruk zou hij daarmee achterlaten? Dat hij een autistische nerd was, dacht hij zelf. En welke indruk wilde hij maken? Die van een nonchalante intellectueel. Dus liep hij de matrix door en bij het gewenste hokje stond helaas niet 'Nintendo DS bespelen', maar 'The Economist lezen'. Dus dat doet hij nu. En terwijl hij de studentikoze intellectueel speelt, vraag ik me af welke indruk ik maak: jas nog dicht (dus een koukleum), Trouw lezend (dus christelijk-progressief) en me ergerend aan piepjes (dus licht neurotisch).

Indrukken, juist of niet, geef ik meestal weg zonder erover na te denken. Slechts een enkele keer maakt iemand me erop attent. Toen ik J. voor het eerst zag, had hij zich niet geschoren. Bewust niet, vertelde hij. Hij vond het een risico: wellicht verkoos ik gladde wangen. Hij waagde een gokje en gokte goed. J. hield echter niet op bij de analyse van zichzelf- ik moest er ook aan geloven. Mijn rokje had ik voor hem aangetrokken, vertelde hij mij. Juist ja. Hij had gelijk, natuurlijk, maar nu voelde ik me toch lichtelijk ongemakkelijk. Was een spijkerbroek niet beter geweest? Had ik nu de indruk gegeven dat...? "Je ziet er leuk uit," verbrak hij mijn gepeins.

Gelukkig maar, ik zie er leuk uit. Deze licht-neurotische koukleum met progressief-christelijke sympathiën kan met een gerust hart indrukken rond blijven strooien. Alleen de jonge intellectueel uit de trein, tsja, die moet er na het uitlezen van 'The Economist' de matrix voor de juiste sokken nog maar eens op naslaan. Want witte sportsokken- daar helpt zelfs een gezaghebbend Engels opinieblad niet tegen.

woensdag 1 december 2010

Geklaag uit een witte wereld

Glibberend reed ik gisteren over een verijsde straat. Eigenlijk ben ik een schijtluis als het gesneeuwd heeft en ik de straat op moet. Met mijn bergschoenen de wereld betreden zou heel praktisch zijn. Maar ja, bergschoenen... lelijk, oncharmant en al helemaal niet sexy. Dus verkies ik mijn hele degelijke laarzen, zonder hak dat wel, maar ook zonder enig profiel. Op straat loop ik dan met mijn hoofd naar beneden, zoekend naar stukjes waar nog niemand gestaan heeft (want die zijn minder glad, toch?) of waar de sneeuw nog geen vat op heeft gekregen. Nog erger dan lopen is fietsen. Mijn oude brakke studentenfiets heeft weliswaar geregeld nieuwe banden gekregen, maar mijn vertrouwen in hem daalt snel naarmate de witte laag dikker en vooral gladder wordt. Eigenlijk durf ik niet eens op te stappen. Met mijn gladde schoenen moet ik mezelf dan afduwen om de fiets in de beweging te krijgen. Lichtelijk geslinger en vervaarlijk geglij zijn dan gelijk het gevolg. Als die hobbel genomen is, wil ik geen bochten hoeven nemen en moeten remmen. Maar ja, dan kom ik nergens. Gisteren kwam ik gelukkig zonder blauwe plekken aan op de plaats van bestemming. Behoedzaam stapte ik af en zette mijn fiets tegen een vrij stukje muur. Ik wilde bij Happietaria naar binnen glijden, maar kon mezelf nog net op tijd stoppen voor een opa en oma, die de oversteek van auto naar de ingang duidelijk nog enger vonden dan ik. 'Broze botjes, broze mensjes' dacht ik. Niets bleek minder waar. Eenmaal binnen waren de hindernissen de wereld nog niet uit. Een helling moest worden genomen om de eetzaal te kunnen bereiken. Moeder en opa liepen gearmd voorop, oma bleef beneden achter. "Neemt u de tijd maar," probeerde ik haar op haar gemak te stellen. Maar dat was helemaal niet nodig. "Ik wachtte op u, zodat u me een arm geeft en mij naar boven helpt." Voor ik het wist liep ik gearmd met oma naar boven. Van zoveel kordaatheid in die broze botjes werd ik heel blij, evenals van het prima eten en het goede gesprek met oud-huisgenoot A. Zo blij zelfs dat ik twee dingen besloot: een facebookpagina maken (dat is weer een ander verhaal) en bovenal gewoon doorrijden over de sneeuw. Daar krijg ik het ook nog eens veel minder koud van :-)

maandag 26 juli 2010

Haken en ogen

13 meter touw, 5 catrollen, 3 haken en 3 ogen dacht ik nodig te hebben voor een ingenieus systeem om een plank tegen de muur te takelen. Boven mijn trap lag het platje, waar ik grootse plannen mee had. Er moest een stellingkast op komen, waar al mijn zooi in zou kunnen- van houten skiënde kerstmannetjes tot verfrollers. Het probleem van mijn plan was dat ik niet bij de platje kon. Nu had mijn handige buurman dat probleem opgelost door een loopplank voor mij te maken. Die loopplank moest alleen óók opgeborgen kunnen worden. Mijn trap zou ik anders niet meer makkelijk op en af kunnen. Voor mijn slappe meisjesarmen was het alleen geen optie die loopplank elke keer op te tillen. Daarom zat ik anderhalf uur lang met pen, papier en meetlint peinzend in mijn trapgat. Na eindeloos meten en wegstrepen van mogelijkheden was ik onnoemelijk trots om mijn gevonden oplossing. Ik zou catrollen bevestigen aan de muur en het plafond en mijn loopplank tegen de muur takelen. Met catrollen en touw hoefde ik slechts aan één uiteinde een beetje kracht te leveren. Mijn vinding getuigde natuurlijk van enorm ruimtelijk inzicht. Die wilde ik niet voor mezelf houden, maar delen. En het liefst deelde ik die natuurlijk met degene die dat hogelijk zou kunnen waarderen: de buurman. De buurman kwam kijken, zodat ik terplaatse mijn geweldige plan uit de doeken kon doen. Aanvankelijk keek hij met een grote frons naar mijn muren en plafond, waar ik mijn gevaarte zou bouwen. Hij pakte de loopplank nog een keer vast, zette hem op zijn kant en vroeg: "Als ik tegen deze balk nou even één schuifje maak zodat de plank aan de kant ligt en jij je trap gewoon kunt gebruiken, is dat dan ook oké?" Verbouwereerd knikte ik ja.

maandag 5 juli 2010

OV-chipkaart

Waarschijnlijk heb ik als allerlaatste 65-minner afgelopen week mijn ov-chipkaart in gebruik genomen. Huiverig als ik was voor exorbitante prijsverhogingen (ja, ik kan mij de overgang van de gulden naar de euro nog herinneren) en met twee bijna ongebruikte strippenkaarten in mijn portemonnee, stelde ik het gebruik van de chipkaart uit. Wel bewoog ik me dan angstig richting de twee grootste Nederlandse steden. Zouden ze mijn ouderwetse blauwe papiertje wel accepteren? Of zou ik grote angsten uit moeten staan door mijn ritjes zwart te rijden? Ik heb één keer bewust zwart gereden, uit overmacht; S. en ik moesten haastig de trein inspringen zonder kaartje of een uur vertraging accepteren... we waagden de sprong. Maar S. kan zich waarschijnlijk ook levendig herinneren dat ik bij elke stop nerveus mijn hoofd naar buiten stak om te zien of de conducteur zich al in onze richting bewoog. Het liefst had ik me 45 minuten lang op een stinkend toilet verschanst. S. maakte zich niet zo druk en hij peinsde er al helemaal niet over om zich met mij in de treinwc te verstoppen. Gelukkig heeft de conducteur ons niet bezocht en zijn de zwartrij-angsten in de grote steden mijn bespaard gebleven: mijn strippenkaart was gewoon nog geldig.
Mijn ritje naar Katwijk bezorgde me geen kopzorgen. Wel plaatsvervangende schaamte over mijn hang naar de strippenkaart. Tegenover mij zaten twee gepermanente grijze dametjes. Beiden hadden zonder moeite ingecheckt. Aan hun pols hadden ze een speciaal bandje met ov-chipkaarthouder. Deze 80-plussers waren ervaren ov-chipkaartreizigers! Zonder enige moeite checkten ze uit. Ik zat ondertussen angstvallig met mijn chipkaart op schoot: het inchecken was goed gegaan, maar ik mocht niet vergeten uit te checken. Ik moest mezelf tegenhouden mijn portemonnee op te bergen. In mijn hoofd repeteerde het zinnetje van de Connexxion-mevrouw: "Reist u met de ov-chipkaart? Vergeet dan niet uit te checken!" Blieb zei de machine toen ik de bus verliet. Het was gelukt. Met veel ontzag keek ik naar een jongen die, oordopjes in, murmelend op de muziek, achteloos zijn portemonnee uit zijn kontzak greep en die langs de scanner zwaaide. Hij was een echte pro. Het zal nog wel even duren voordat ik zonder nadenken de bus uitstap én uitcheck.

woensdag 23 juni 2010

Tsja, wk


Ik kijk niet naar voetbal. Nee, ik kijk wel naar voetbal, maar niet naar het Nederlands elftal. Ik durf niet meer. Hoewel ik helemaal niet zo vaderlandslievend ben, stijgt mijn nationalisme tot een ongekend hoogtepunt bij wedstrijden waarin Nederland aantreden moet. Met bonkend hart zit ik dan 2 keer 45 (en wat extra) minuten te zweten voor de televisie. Ik wil dat alle passes aankomen, dat de bal nooit op de eigen helft komt en al helemaal niet dat die dan tik-tik-tik wordt rondgespeeld. Dan wil ik die bal wel vooruit duwen, sta ik inwendig te schreeuwen dat je zo geen tegenstander overrompelt. Natuurlijk zeg ik niets hardop, want ik ben een weldenkend mens dat zijn emoties onder controle heeft. Toch kan ik pas weer ademen als het verschil met de tegenstander meer dan drie punten is. En dat gebeurt bijna nooit. Dus daarom voor mijn eigen bestwil: geen Nederlands elftal-wedstrijden. Zelfs niet die van morgen, waar het toch nergens meer over gaat.


Maar om een WK nou ongemerkt voorbij te laten gaan, dat is natuurlijk ook niet leuk. Dus op een druilerige zondagmiddag zet ik mijn strijkplank voor de tv en zie Italië tegen Nieuw-Zeeland aantreden. Hoewel ik de bijnaam van hun team, 'All Whites', nogal bedenkelijk vind, krijg ik al snel sympathie voor de Nieuw-Zeelanders. Die bonkige kerels moeten die gemanicuurde mannetjes uit de Laars toch op gelijke hoogte kunnen houden. Ik durf al bijna niet meer naar de WC, bang om een goal te missen. Het strijken vordert niet meer. Onder mijn oksels wordt het steeds warmer. 'Ja, kop die corner maar weg, houd die bal uit de 16-meter,' schreeuwt het in mijn hoofd. Vier minuten extra tijd, vier minuten! 'Houd het op 1-1, mannen.' Bijna nog opgeluchter dan de Nieuw-Zeelanders zelf ben ik als de wedstrijd bij een gelijke stand afgefloten wordt.


Tsja, wk. Even doorbijten en wat extra deo dan maar.

zondag 20 juni 2010

Cultureel verantwoord Oerol

Oerol is voor hippies en voor mensen die cultureel verantwoord willen doen. Dat kreeg ik te horen toen ik vertelde dat ik naar Oerol ging. De mensen die mij dit wisten te vertellen, waren nog nooit op Oerol geweest. En toch hadden ze gelijk. Naast hippies kwam ik echter ook een heleboel alto's, gezinnen met jonge kinders, oude grijze vrijsters en echtparen tegen- dat scheelde dan weer. De voorstellingen waren inderdaad cultureel verantwoord: een multiculti opera van Nederlandse mannen, een koor uit de Bijlmer en Antilianen die verhaalden over de lotgevallen van de Vliegende Hollander; een poppenkast over een verdwenen kameel en vriend in Afghanistan en een aan elkaar gezongen film over een kickboxende Jean Claude van Damme als lichtend voorbeeld voor twee opgroeidende broers en drugsgebruik. De kroon spande echter een toneelstuk dat zo moeilijk was dat ik het niet begreep. Het was iets met Hitler, een man in een trainingspak, een man met een plant, de koning van Polen, een maagd in haar bh, torretjes die doodgingen en gered moesten worden en last but not least een man in zijn blote kont met een hoed op zijn rug. Van dat laatste gruwel ik sowieso; ik snap niet waarom een blote kont nodig is op het podium, maar dat terzijde. En zoals een moeilijk stuk betaamt, zag ik de slotscene nauwelijks aankomen. Even vreesde ik voor de acteurs- zij hadden zo hard hun best gedaan, maar zouden nu met pek en veren besmeurd worden door een menig doorgewinterd theaterbezoeker. Niets bleek minder waar: alle mensen die cultureel verantwoord wilden doen, hadden zich verzameld bij dit moeilijke toneelstuk. Zij vonden Hitler en de blote kont zo geweldig dat er een daverend en lang applaus volgde op de slotscene. Nu sloeg de grote twijfel toe: was ik dan werkelijk zo dom? "Nee", zei A., "dat applaudiserende publiek is ook een scene, maar dan uit een ander toneelstuk..." Vol verwachting keek ik haar aan. "...uit 'De nieuwe kleren van de keizer'." Wat een geluk: twee voorstellingen voor de prijs van één.

donderdag 13 mei 2010

Winter in mei

Het voelt als winter in mei. Koude voeten zeuren om een kruik en koude handen om een kop warme chocolademelk. Ik heb ze maar gegeven wat ze wilden hebben. Met de kruik aan mijn voeten, de verwarming op 3 en gelegen onder een dekentje op de bank heb ik er boek bijgepakt. Al tijden probeer ik hem uit te lezen: 650 pagina's dik. Ik ben tot bladzijde 500 gekomen en wil hem nu niet meer wegleggen, maar de resterende 150 pagina's zijn wel een worsteling. De worsteling wordt constant gewonnen door andere dingen dan het boek: vandaag de televisie. Want er is sport op tv. Lange, saaie sport. Zoiets als 50 km langlaufen, maar dan de mei-variant: een vlakke rit in de ronde van Italië. En zelfs lange saaie sport is nu verlokkelijker dan het boek. Nederland zendt de ronde niet meer uit, want de giro rijdt nu waar die hoort en doet geen Nederlandse steden en dijken meer aan. Maar de Belgen houden van fietsen en verlichtten zo mijn middag. Ik zag de renners rijden door het Italiaanse land. Tijdens de Franse ronde overvalt me ongeveer elke 5 minuten een verlangend gevoel: ik wil wandelen in die bergen, die mooie steden bezoeken, ik wil kamperen op het gras dat daar zoveel groener is dan hier, ik wil.., ik wil in Frankrijk zijn! Gelukkig werd het verlangen naar Italië stevig onderdrukt, want ik kan er toch nog niet heen. De mooie rode daken en prachtige kerktorens werden wel gefilmd, maar glinsterden van de regen. De renners hadden armstukken en regenjasjes aan. Eigenlijk was het toch wel goed toeven thuis, met de verwarming aan en een kop choco binnen handbereik. Zo wordt toegeven aan een ziek lijf een heel klein beetje makkelijker.

woensdag 5 mei 2010

Een goed gevoel te huur

Gisteren zat ik in de trein. Ik prijsde mezelf gelukkig dat het rustig was, want ik was moe. Met mijn hoofd leunde ik tegen het raam. De polders gleden voorbij zonder dat ik er veel van opmerkte, totdat de trein afremde voor een station. Bovenop een kantorencomplex stond een groot bord. Op het rode bord stond in witte kapitalen: 'Te huur- een goed gevoel'. Ja, dacht ik, zo'n goed gevoel wil ik best huren, want ik ben nu al moe en het is pas ochtend. Maar hoeveel zou een goed gevoel kosten? En hoeveel zou ik ervoor over hebben? Wanneer zou ik denken: dat goede gevoel, dat is me te duur, geef mij maar het 'best oké-gevoel' vandaag. Een goed gevoel huren, betekent dat ik het nooit zou bezitten. En een goed gevoel wil ik toch hébben, of, zolang ik het nog niet heb, krijgen. Dat impliceert toch dat het mij gratis gegeven wordt.
Mijn gedachten over het huren van gevoel verdwenen snel en de trein reed verder. Zo'n 6 uur later kwam ik weer langs het bord. Ik zag het niet meer- ik weet alleen nog dat ik wenste dat het stil was in de trein. Geen goed gevoel, alleen nog stilte.
Die stilte kwam thuis en het goede gevoel ook. Na een kop thee wachtten buiten de twee ongeduldige kleinkinderen van mijn buurvrouw. Of ik ze wilde pakken, in de lucht gooien, op hun kop houden, kietelen en op hun buik blazen. Met wapperende haren renden ze voor me uit over het grasveld, lieten zich alvast vallen en wachtten met grote ogen af tot ik ze over mijn schouder gooide. Ze lachtten en riepen "Ienke, Nienke" voor nog een ronde en nog één en nog één en nog een allerlaatste. Tot in hun bed wilden ze spelen. Fijn was dat, twee kleine mannekes die me, met een heleboel lawaai, gratis en voor niets een goed gevoel gaven.

maandag 15 maart 2010

Kleine kleertjes

Vera is geboren. Tot vorige week dinsdag wist ik niet of er een jongen of een meisje in de grote ronde buik van C. zat. Voor cadeautjes moesten dus sexe-neutrale dingen worden uitgezocht. En bij kleding is dat heel moeilijk. Eigenlijk bestond mijn keus uit witte rompertjes of witte rompertjes met Jip&Janneke erop. Sinds dinsdag weet ik dus dat er een baby-meisje is geboren. Dat winkelt een stuk leuker. Op zoek naar een klein kraamcadeautje belandde ik bij de Hema. En daar gebeurde iets onverwachts. Ik kon mezelf niet meer losrukken van alle kleine baby-meisjesrompertjes, baby-meisjessokjes, baby-mutsjes en alle andere inimini-kleertjes. Mijn hart maakte een sprongetje bij zoveel roze, bloemetjes en hartjes. Ik wilde tussen al die kleine kleertjes blijven, of beter nog: de Hema leegkopen. En dat niet alleen: ik wilde ook een kind dat ik in Hema-kleertjes kon hullen. Na lang dralen kwam ik met één schamel rompertje naar buiten; mijn geest had weerstand geboden.
Even dacht ik dat ik de enige was die hier last van had. In de Hema stond namelijk een leeftijdsgenootje. Zij was ook op zoek naar een kraamcadeau. Maar in tegenstelling tot mij pakte zij resoluut de telefoon en belde haar moeder. "Wat moet ik voor een baby kopen, Mam?", hoorde ik. Na wat aanwijzingen verdween zij met een knisperboekje naar de kassa. Ik was toen nog lang niet uitgezocht.
Toen ik over mijn relaas vertelde, kwam er bijval. Gelukkig maar. Ik was niet de enige waarbij kleine kleertjes een uitwerking hadden op de moederhormonen. Vriendin A. schrok echter zo van mijn verhaal dat ze de Hema besloot te ontwijken. "Ik koop wel wat speelgoed," zei ze. Maar zelfs daar was ze achteraf heel enthousiast over.

donderdag 11 maart 2010

TV

Laatst vond ik mezelf zappend achter de televisie. Voor het eerst in een lange tijd. Ik heb een rondje RTL Boulevard, DWDD en het Achtuurjournaal gedaan. Weinig spannends en eerlijk gezegd moet ik nu al diep in mijn geheugen graven naar de behandelde items. Ik vind televisie vaak saai en vlak. Maar ik was moe en dat is een goed excuus om lusteloos van het ene naar het andere programma te navigeren.
Eigenlijk zou ik mijn computer tegenover mijn bank moeten zetten. Ik zit veel meer uur op het net dan ik naar tv kijk. Ik moet wel bekennen dat ik via uitzendinggemist "Wie is de Mol?", "Holland Sport" en de "Keuringsdienst van Waarde" volg en dus televisie kijk op mijn computer. Unfaire concurrentie voor de televisie, maar ja, ik kan daar niets aan doen.
Mijn steeds groter wordende desinteresse voor televisieprogramma's wordt vast niet door iedereen gedeeld. Ik verbaasde me gisteren over een meisje dat met een beeldscherm over straat liep. Het was zo enorm groot dat het de helft van de breedte van de steeg innam. Ik denk dat het ding een meter breed was. Zij en haar vriendje vervoerde de tv op de bagagedrager van haar vouwfietsje. Daardoor leek hij nog groter en onhandelbaarder dan hij was. Zij kon in ieder geval niet sturen en het beeldscherm vasthouden tegelijkertijd. Hoe ze thuis gekomen zijn, weet ik niet maar het is ze vast gelukt. Ik zag het al voor me: na een moeilijke rit en gehannes in huis eindelijk de televisie opgehangen. Chinees gehaald, want geen zin meer om te koken en achter de nieuwe beeldbuis vermoeid op de bank geploft. Vol verwachting de afstandsbediening gepakt, een rondje gezapt en nog één, want je weet maar nooit. En dan toch jammerlijk moeten constateren dat er niets op tv is. Zonde. Daarom alleen al ben ik zo met mijn kleine oude tv'tje.

zaterdag 6 maart 2010

Onverstoorbaar

De baard is aan een revival bezig. Ik weet het zeker. Niet bij oude mannen, of biologen of andere buitenlui, maar bij mannen in de twintig, dertig. In alle jaren dat ik gestudeerd heb, ben ik wel eens een jongen tegen gekomen die een vlassig sikje liet staan, omdat hij zo trots was dat hij baardgroei had dat iedereen dat moest zien, maar verder kwam het toch niet. Ja, een keer. Een keer ben ik een jongen tegengekomen die een echte baard had. Maar ja, hij kon er eigenlijk niets aan doen- die baard mocht er pas af als hij een overwinning had behaald met roeien. Vooral vriendin J. weet nog wel wie hij is- zij herkent hem wonder boven wonder ook zonder baard.
Maar nu lopen er ook jongens rond mét baard, die het gewoon mooi lijken te vinden. Vorige week zag ik op één dag twee jonge kerels met stekels op hun wangen. En vandaag weer. Niet zo'n baardje, waarbij het gezichtshaar gewoon 5 dagen niet geschoren is, omdat de jongen te lui was of te druk, of omdat hij het hip vindt. Nee, een echte, volle baard, die bijgehouden moet worden om te voorkomen dat er stukjes spaghetti in blijven hangen. Baarden doen mij meestal gruwelen. Ik kan er niets aan doen dat ik ze vies vind. Het is indoctrinatie geweest- dan had mij het boek "De Griezels" van Roald Dahl maar onthouden moeten worden. "De Griezels" is niet alleen door mij gelezen, maar door mijn hele generatie. Des te ernstiger is het dat jongens van mijn leeftijd dit vergeten lijken te zijn en nu zelf op zo'n griezel willen lijken. Onverstoorbaar is het wel, maar dat maakt het er nog niet aantrekkelijker op.
Een andere onverstoorbare Baard kwamen M en ik vorige week tegen. De Baard voldeed overigens prima aan de eerdere beschrijving: oud en waarschijnlijk was hij graag buiten. Hij vertelde namelijk over zijn barometer. En als je een barometer hebt, houd je van weer en weer is buiten. Terwijl M en ik onze nog natte jassen aan wilden trekken om opnieuw het gure weer in te gaan, was de Baard in zijn sas. De barometer had de laagste stand in vijf jaar. Dat betekende veel regen en harde wind. Dat hadden M en ik ondertussen al aan den lijve ondervonden. Maar deze Baardmans met barometer in zijn huis was vertrokken op sandalen! Waar is zo'n barometer dan nog goed voor, als je je zelfs dan nog niets aantrekt van het weerbericht.
Zoveel onverstoorbaarheid bereik je waarschijnlijk alleen als je oud bent en er thuis een barometer hangt- dan hebben die jonge mannen nog een lange weg te gaan.

donderdag 4 maart 2010

Strand!

Koud en toch heel fijn: naar de zee gefietst!

maandag 22 februari 2010

Verhalen van vroeger

Ik houd van oude dingen, omdat oude dingen een verhaal vertellen. Ze vertellen verhalen van vroeger. Ooit ben ik geschiedenis gaan studeren om de verhalen van vroeger te horen. Maar bij een studie geschiedenis worden helemaal geen verhalen verteld. Ik moest verbanden gaan leggen, jaartallen onthouden, weten wat een feit is. Al snel was geschiedenis een studie geworden, geen leuk verhaal. Pas tijdens mijn scriptie vond ik iets dat mijn hart sneller deed kloppen: formulieren van jonge mannen waarop zij aangaven waarom zij naar Zuid-Afrika wilden emigreren. Daar kwam een glimp uit het verleden: een naam, een leeftijd, een woonplaats en het verlangen iets anders van hun leven te maken- hun verwachtingen. Wat wilden mensen vroeger met hun leven, hoe zag dat eruit? Ik kon maar een klein stukje verbeelden. Ik zag jonge mannen in de jaren vijftig die in Nederland geen plek voor zichzelf zagen, die hogerop wilden, of een eigen bedrijf wilden starten, maar de juiste papieren niet hadden of gewoon geen andere woonplek konden vinden dan de zolder van hun ouders. Velen spraken nauwelijks Engels, maar dat hoefde natuurlijk ook niet, want in Zuid-Afrika woonde oude Hollanders. Waar ik zo enthousiast over was, kon ik niet delen met mijn scriptiebegeleider. Wat ik had gevonden, was leuk voor erbij, niet voor de kern van een scriptie. En dus vertok ik richting de archieven van het ministerie van Sociale Zaken. Dit ministerie hield zich destijds bezig met emigratie. Op een enkel juweeltje na vond ik daar vooral beleidsstukken. Welke mensen mochten migreren en welke mensen Zuid-Afrika wilde toelaten. Dus mijn scriptie ging uiteindelijk over beleid en niet over mensen, niet over verhalen van mensen.

Dit is een lange inleiding voor iets wat ik eigenlijk op mijn blog wilde zetten: een foto van de naaimachine van mijn oma. Ik heb er geen verhaal over en kan mijn oma er helaas ook niet meer naar vragen, want ze is al bijna 14 jaar dood. Maar de naaimachine is in ere hersteld. Na wat smeerwerk doet hij het weer prima. Nu ben ik geen handwerkster (dit mag toch wel in de vrouwelijke vorm, vind ik), maar een kruikenzak is mij toch gelukt. De nachten worden weliswaar warmer, maar mijn voeten doen daar nog niet aan mee, dus ik ben blij met mijn huisvlijt. Vervolgens had ik nog een stukje stof over en heb er nog één gemaakt. Hij is appeltjesgroen en zo zacht als fleece en wie hem wil, mag hem hebben. Laat maar een berichtje achter.

zaterdag 20 februari 2010

Wetenschap

Vandaag heb ik mijn beta-hersens moeten aanspreken. Normaal doe ik niets met beta. Ik reken mijn financiën uit met de rekenmachine en verder komen er geen cijfers voor in mijn leven. Ik onderga beta alleen maar, als ik val of thee zet. Maar vandaag heb ik geluisterd naar theorieën van Galilei, Newton en Einstein. Een deel van mijn hersenen deed een verwoede poging, maar de tijd waarin ik goed was met cijfers ligt meer dan een decennium achter me. Af en toe droomde ik dus weg tussen alle deeltjes, krachten en sterren. Eigenlijk was dat best geruststellend- de wereld draait toch wel door.
Schuin voor me zat een man van middelbare leeftijd. Te lang haar, baard van een week, oud leren jack en een spijkerbroek die de wasmachine al weken niet had gezien. Maar dit viel me pas op toen ik hem had geroken. De sigarettenrook leek wel om hem heen op te stijgen- dit completeerde zijn beeld. Ik droomde verder over mensen die ik geroken had. In de tram nam laatst een groep scholieren bezit van de plaatsen om mij heen- zij maakten geluid als een zwerm kraaien en roken chemisch zoet: naar roze snoepjes en kauwgomballen, precies zoals het hoort bij jonge tieners. Naast me zat een meisje: begin twintig, een bos rode krullen en zachte lippen. Haar rook ik niet, maar ze deed me denken aan het meisje dat bemind werd door Jean-Baptiste Grenouille. Ik probeerde niet meer te ruiken en luisterde weer naar de professor. Hij vertelde over een 400 jaar durende storm op Jupiter en over elkaar buitelende klimaatonderzoekers. Daarna mochten mensen vragen stellen.
Eerlijk gezegd vrees ik de stilte die dan valt. Moet ik iets vragen om te laten zien dat geluisterd heb? Of om de gast op zijn gemak te stellen? Er is toch geen enkel verhaal waar je géén vragen over kunt hebben? Dus pijnigde ik mijn hersenen. Ondertussen werkte mijn neus harder dan mijn brein. Vanachter mij rook ik oude aarde, oud mens. Natuurlijk is het niet helemaal eerlijk, want ik had de man geschoeid met stevige leren sandalen, mosgroene sokken en een paulus-de-boskabouterbaard allang gezien. Toen hij zijn vraag inleidde met: ik ben geoloog, verbaasde het mij niets.
Na alle onbegrijpelijke vragen over zware deeltjes, ging ik toch opgewekt de deur uit. Ik ga weliswaar niet de nieuwe quantumtheorie ontdekken, maar een verband vinden tussen iemands geur en iemands verschijning is toch ook een verband. En verbanden vinden, daar draait het om in de wetenschap.

maandag 15 februari 2010

Zoete verleiding

Op sommige dagen zijn ze niet te weerstaan: snoepjes. Meestal kom ik een heel eind met de voorraad chocolade en koekjes die ik in huis heb, maar nu zeurde een klein meisje in mijn hoofd om zoetigheid. Het eerste wat ik zag toen ik de supermarkt inliep waren kleine gele bananensnoepjes. Onweerstaanbaar voor een knorrende maag. Maar ik bedacht me- er zijn veel gezondere snoepalternatieven. Dus gooide ik een zakje met noten en rozijnen in mijn mandje en toch ook maar een reep chocolade, want die komt altijd van pas. Mijn maag en het kleine meisje in mij hielden zich koest. Zij waren voor even tevreden gesteld met het vooruitzicht van lekkers. Zo kon ik rustig mijn andere boodschappen doen. Mijn mandje was gevuld en ik liep richting de kassa. Het kleine meisje haalde een truc uit, die ze had aangeleerd op vroegere winkeltochten met moeder: in een onbewaakt ogenblik gooide ze toch de bananensnoepjes in het mandje. Pas bij het afrekenen was ik me bewust van mijn fout. Op weg naar huis brandden de snoepjes in mijn tas. Thuis graaide ik als eerst naar de bananensnoepjeszak en keurde de nootjes en chocolade geen blik waardig meer. En daar begon de ellende, want eigenlijk zitten er teveel snoepjes in zo'n zak. Na twee uur lang consequent elke 10 minuten minstens twee snoepjes te hebben gegeten, was ik misselijk en niet zo'n beetje ook. Nu is de zak voor driekwart leeg en heb ik geen honger meer. De buurman bracht mijn redding, voor zowel mijn geest als lichaam. Van een beetje kleurstoffen en een paar goede E-nummers word je volgens hem alleen maar sterker. Goed voor het afweersysteem dus. Ik weet zeker dat hij gelijk heeft: het kleine meisje is voorlopig stil.

maandag 8 februari 2010

Egel en Vlinder

Egel had een huisje gemaakt. Het was niet zo'n heel stevig huisje. Eigenlijk waren het allemaal losse blaadjes. Ze waren bruin en oud. Maar het waren wel Egels losse blaadjes. Egel vond het fijn om onder die blaadjes te kruipen. Dan zag hij niets meer van de wereld om hem heen. Het was er donker en ook een beetje muf, maar daar was Egel wel aan gewend. Als het regende bleef Egel lekker onder zijn blaadjes liggen. Af en toe voelde hij een druppel langs zijn neus naar beneden glijden.
Op een dag scheen de zon. Egel zag dat er naast zijn huisje opeens een bloemetje stond. Het was geel bloemetje met oranje streepjes. Egel vond het bloemetje mooi. Op het bloemetje zag hij iets wonderlijks. "Dag," zei Egel. "Hallo," zei Vlinder. Egel vond Vlinder heel erg bijzonder. Ze had zoveel kleuren; heel anders dan hijzelf. Egel was helemaal bruin. Behalve zijn ogen, die waren zwart.
Vlinder kon hele mooie verhalen vertellen. Ze vertelde Egel over weilanden vol met bloemetjes en over keitjes in het water, waar ze lekker op kon zitten als de zon scheen. Egel vond dat allemaal heel bijzonder. Egel vertelde Vlinder over nootjes en wormpjes die hij bij de bomen vond. Hij liet zijn voorraad met eten zien aan Vlinder en vertelde over de blaadjes waar hij onder lag, als het regende. Vlinder was onder de indruk van Egel. Egel vond het gezellig dat Vlinder er was. Ze bleven maar praten over hun belevenissen. Vlinder dronk van de nectar en Egel at zijn nootjes.
Opeens waren de nootjes op. "Ik ga nootjes zoeken, Vlinder," zei Egel. Vlinder vond het niet leuk dat Egel wegging. Toch ging Egel weg. Hij had honger. Toen Egel nootjes had verzameld, at hij die lekker op. Hij lag in zijn huisje en was tevreden, want zijn buikje was vol. Egel wilde weer met Vlinder praten, maar Vlinder was weg. Ze had niet gewacht op Egel. Het bloemetje waar Vlinder op had gezeten, was er ook niet meer. Zo komt Vlinder nooit meer terug, dacht Egel. Want zij houdt niet van bruine blaadjes. Zij houdt van bloemetjes. Daarom ging Egel op zoek naar bloemetjes. Hij vond er twee: een blauwe en een witte. Hij nam ze mee en legde ze neer bij zijn huisje. Nu komt Vlinder wel terug, dacht Egel.
Op een dag zag Egel Vlinder vliegen. "Vlinder, Vlinder," riep Egel, "hier ben ik!". Maar Vlinder hoorde het niet. De bloemetjes die Egel voor Vlinder had geplukt, zag ze niet, want ze keek de andere kant op. Egel was heel verdrietig. Egels tranen vielen op de bloemetjes. Hij vond het met Vlinder leuker dan alleen. Toen hij aan al haar mooie verhalen terugdacht, kon hij toch een beetje lachen. Hij vond het heel jammer dat Vlinder niet meer langskwam, maar gelukkig zaten de verhalen nog in zijn hoofd. "Dag Vlinder," zei Egel zacht.

maandag 1 februari 2010

Mannendingen doen

Sommige dingen horen mannen te doen: fietsbanden plakken, dode beesten verwijderen, mij beschermen tegen onweer en alles wat met de werking van de computer te maken heeft. Nu is er geen man, die al die klusjes van mij wil overnemen. Dus betaal ik een fietsenmaker en pak heldhaftig alle dode wormen uit mijn gang en gooi ze weer naar buiten. Waarom ze er trouwens voor kiezen in mijn gang te sterven is mij een raadsel. Waarschijnlijk is dat beter dan sterven in de kou of in de maag van een merel. Spinnenlijkjes spoel ik meestal door gootsteen of het toilet en dode pissebedden worden opgezogen.
Dat beschermen tegen onweer kan ik zelf niet, maar ik heb wel een effectieve manier gevonden om dat natuurgeweld te overleven. Oordopjes! Aangezien ik banger ben voor de donder dan de flits, is dat een uiterst effectief wapen. Tja, dan blijft alleen de computer over. Mijn broertje en ex-vriendjes wonen niet in de buurt en de buurman is wel handig maar niet technisch, dus dan maar zelf klussen aan een nieuwe gedeelde internetverbinding. De handleiding van de router stond vol met onbegrijpelijke termen, dus ik toog met mijn mooiste glimlach richting de computerwinkel waar ik de router had gekocht. De man begon over LAN- en WAN-uitgangen en het opnieuw instellen van de router. Met de kabels ging niet zoveel mis, met het instellen des te meer. Waar moest ik dat in godsnaam doen? Weer de handleiding erbij, maar nog even onbegrijpelijk. Tot mijn oog viel op het kopje 'terugkeren naar de fabrieksinstellingen'. Er stond een groot uitroepteken bij: ik mocht dat alleen doen als alle andere opties waren mislukt. Heerlijk zo'n escape-knop. Gelijk ingedrukt en via een cd-rom alles automatisch opnieuw laten installeren. Fluitje van een cent en het internet deed het. Geen man voor nodig.
Alleen 's nachts in bed, daar is het maar leeg zonder kerel.

vrijdag 22 januari 2010

Mijn favoriete winkel


Hierbij een foto van mijn favoriete winkel in Leiden. Helaas hoef ik er niet zo vaak naartoe.

woensdag 20 januari 2010

Gekke honden in het park

Op straat zie ik mensen denken: waarom werkt dat meisje niet? Het is dinsdagmiddag. Kantoortijd. Verdien je eigen brood.

Natuurlijk weet ik niet wat mensen denken. In het park groet ik ze en meestal krijg ik een knikje of een gemompelde groet terug. Wat zij denken, denk ik zelf. Ik schaam me ervoor dat ik niet werk. Hoe moe ik ook ben, mijn gezicht tekent niet. Ik ben niet mank, niet groen en geel of totaal uitgemergeld. Soms voel ik me een spijbelaar, zo midden op de dag op straat. Terwijl ik wel wat doe: lopen, meestal op weg naar een winkel, of de papierbak.

Ondanks dat ik de blikken van anderen voel branden, is er overdag heel veel leuks buiten te beleven: een aanplakposter op een electriciteitskastje met een oude nep-rolling stone, die het beter zou doen in een bejaardenhuis dan in een popcentrum; een jongetje dat bij de marktkraam heel hard roept dat hij aan de beurt is (ik had dat nooit gedurfd toen ik zo oud was als hij), of hele gekke honden.

Eigenlijk ben ik bang voor honden en vind ik dat ze nooit van een wolf een hond hadden mogen worden. Maar ja, het geschiedde anders en nu ontwijk ik de ooit-eens-wolven met een grote boog. Toch zijn er exemplaren die mij aan het lachen krijgen. Niet eens omdat ze dan nog zo'n schattig pluizebolletje zonder tanden zijn, maar door de kruisingsdrang die mensen er op na houden. Na mijn groeten aan oude meneren gisteren in het park, viel mijn oog op de gekke honden. Dit waren herders gekruist met teckels. Eerst liep ik verder, maar dit was te mooi voor woorden: het moest op de gevoelige plaat. Ik zocht het baasje voor toestemming. Een eind verderop zag ik een jonge vrouw van mijn leeftijd. Een foto maken was geen probleem.


Verguld met mijn vondst liep ik verder. Er was nog een jonge vrouw die niet werkte op dinsdagmiddag! Vrolijk liep ik het park uit. Nageblaft door de teckel, die klonk als een herder.

vrijdag 15 januari 2010

Vredige slaap

Ik lig lang wakker. Anderhalf uur is voor mij geen enkel probleem meer. Ik heb maar geaccepteerd dat mijn "ik kan niet slapen, want ik lig al een kwartier wakker"-periode voorgoed ten einde is. Nu heb ik dus tijd in bed. Eerst vulde ik die met lezen, of nadenken over wat er nog op mijn boodschappenlijstje moest. Beiden strategieën werkten niet: de komst van mijn slaap werd evenlang uitgesteld als ik gelezen had en mijn mandje in de supermarkt werd te zwaar van alle onnodigheden.

Het zou fijn zijn geweest als ik mijn gedachten uit had kunnen zetten en 90 minuten naar het plafond had kunnen staren. Helaas kan ik me niet herinneren dat ik ooit niét dacht. En terwijl ik met voeten als ijsklompjes mijn koude bed probeer te verwarmen, verschijnen de beren. Ze veroveren het donker, terwijl ik alleen in mijn bed lig. Kwaadaardig zijn ze en ze maken gebruik van de duisternis om buitenproportionele vormen aan te nemen. Daarom besloot ik over fijne dingen na te denken: ik zag mezelf liggen in het gras onder een grote boom en keek uit over een heuvelachtig landschap. Het was zomer en ik las een boek of lag met mijn hoofd genoeglijk op de schouder van een mooie jongeman, terwijl we samen naar het licht keken dat tussen de bladeren van de boom doorviel. Ik hoorde krekels en een beekje kabbelen. Heel fijn allemaal, maar stand houdt die gedachte niet. Hij is te saai; er gebeurt niets en daarom dwalen mijn gedachten weer af.

Gisteren heb ik het anders aangepakt. Ik bedacht niet langer iets fijns, maar dacht aan iets fijns. Ik zag mezelf weer bij mijn oma op schoot kruipen, vragend om verhaaltjes uit het Rode Vertelselboek. Ik voelde haar hand en keek bewonderend naar het landschap van vlekjes en rivieren. Met mijn vinger kon ik zomaar haar ader induwen. Na oma's schoot, kwam die van opa aan de beurt. Op een wit papier zette hij zwarte lijnen. Die kon hij nog net zien. Mijn broertjes en ik moesten zo snel mogelijk raden wat opa tekende. Vaak een poes. Ik dacht aan hoe wij bij opa en oma in bed kropen als het onweerde en hoe gefascineerd ik was door de tanden in het water, naast hun bed. Opa en oma boden mij een veilige en liefdevolle plek. Vredig viel ik in slaap.

Vanochtend werd ik gewekt door het koeren van een duif, net als bij opa en oma. Op sommige dagen helpt god een handje mee.

woensdag 13 januari 2010

Vandaag gaat er maar één zin door mijn hoofd:

Meneer de president, slaap zacht

dinsdag 12 januari 2010

Ismaya, een echt meisje

Daar liep ze dan, alleen, tussen de winkelrekken door. Weliswaar wat wankel, want dat lopen ging nog niet zo gemakkelijk. Haar speen zat keurig tussen haar lippen geklemd. Onder haar muts sprongen zwarte krullen naar buiten, haar wanten zwaaiden langs haar handen. Ze had een missie, dit kleine meisje. Hoe haar moeder haar ook riep, het haalde niets uit. Demonstratief liep haar moeder de hoek om, maar Ismaya gaf geen krimp. Ze stond met haar rug naar haar moeder toe en glunderde. Ze had uit het laagste rek een knalblauwe cakevorm van zacht plastic weten te bemachtigen. Geen moeder die haar van deze vreugde af kon houden. Haar moeder keerde terug, nu de 'ik ben weg, dus kom snel achter me aan'-truc geen effect had gehad. "Nu al aan het shoppen," verzuchtte de moeder met een met glimlach. "Echt een meisje," voegde ze daar ter verduidelijking aan toe. Ismaya was duidelijk minder verguld met de komst van haar moeder. Nadat het mooie blauw uit haar knuistje was losgetrokken, volgde een kreet die overging in gejammer.

Ik liep de andere kant uit, maar wat ik zocht, vond ik niet. Ik had naar een andere winkel kunnen gaan, maar ja, geen zin. Op weg naar huis dacht ik nog eens na over meisjes en winkelen. Echte meisjes houden van winkelen, van dingen tegenkomen, waarvan je niet weet dat je ze nodig hebt, totdat je ze ziet. En ik, ik had iets nodig, maar zag het niet en ging onverrichter zake naar huis. Bij Ismaya was het shoppen een aangeboren talent; ik ontbeer het. Dan maar geen echt meisje. Ik kan ermee leven.

zondag 10 januari 2010

Gehannes met twee broeken

In 1938, toen was het pas koud. 1938 is voor mij geschiedenis. Een jaartal tussen twee wereldoorlogen in. Er komen dan zwart-wit plaatjes bij mij naar boven van grote families, slechte woningen en vrouwen die met de hand de was doen. Ik kan me bijna niet voorstellen dat iemand zich dat jaar nog kan herinneren, laat staan die winter. Maar het kan, getuige het bijschrift van een foto in de Trouw. In welk jaar ik zelf voor het laatst op natuurijs geschaatst heb, afgezien van vorige winter, zou ik niet meer weten. Ik vind het onthouden van jaartallen een crime, wat natuurlijk niet zo handig is voor een historicus. Ik houd het er maar op dat ik van de grote lijnen ben, de langjarige ontwikkelingen.

Deze winter is weliswaar niets vergelijken met die van 1938, toch had ik me gisteren voorbereid op een helse kou. Bang gemaakt door het KNMI en de berichten op nu.nl besloot ik tot het aantrekken van een thermobroek, ooit aangeschaft om -20 in Noorwegen mee te trotseren. Trek daar nog maar eens een net gewassen spijkerbroek overheen. Een schier onmogelijke opgave en weinig sexy bovendien. Nee, het KNMI maakte het mij niet makkelijk. Van boven tot onder ingepakt waagde ik me buiten: op naar de markt. Warm was het niet, maar die thermobroek, die had niet gehoeven.

In een café zagen een vriendin en ik het donker worden. Verwarmd door de chocolademelk en alcohol trokken we de winter weer in. Het sneeuwde en de wind was iets aangetrokken. Guur en koud, maar niet koud genoeg voor gehannes met twee broeken. Op weg naar huis kwam mijn geluk: de Hooglandse kerk tunnelde de wind even tot ijzige poolvlagen. Muts op, handen diep in de zakken. Voldaan liep ik door; ik had mijn thermobroek niet voor niets aan.

donderdag 7 januari 2010

Eenzame genoegens

Soms is iets alleen een genoegen als je het met anderen samen doet. Sneeuwballen gooien is veel leuker als je een doelwit hebt dat beweegt en sneeuwballen teruggooit, dan sneeuwballen te laten ploffen tegen een koude, gevoelloze en onbeweeglijke muur. Dat laatste is eigenlijk meer een tijdverdrijf, als je vriendje al zoveel sneeuwballen in zijn kraag heeft gekregen dat hij naar binnen is gevlucht. Vanachter het raam kijkt hij, met een kop warme chocolademelk in zijn handen, hoe jij je mooi gemaakte voorraad sneeuwballen uit frustratie maar tegen de muur van zijn huis gooit, in de hoop dat uit die witte vlekken nog een mooi kunstwerk ontstaat. Nee, sneeuwballen gooien moet je mét iemand doen.

Maar sommige genoegens zijn het best alleen te beleven. Als zo'n genoegen alleen buiten kan plaatsvinden, met hele specifieke omstandigheden, wordt hij zeldzaam. Afgelopen maandag was het zover: ik liep als eerste door een vers pak sneeuw. Waar het mee te maken heeft, weet ik niet, maar ik vind het heerlijk om als eerste mijn voetafdrukken achter te laten in zo'n ongerept wit veld. Ik ontnam het maagdelijke van het landschap en liet letterlijk mijn sporen achter. Kijk, wereld, ik heb hier gelopen! Als eerste!


vrijdag 1 januari 2010