Dit is een lange inleiding voor iets wat ik eigenlijk op mijn blog wilde zetten: een
maandag 22 februari 2010
Verhalen van vroeger
Ik houd van oude dingen, omdat oude dingen een verhaal vertellen. Ze vertellen verhalen van vroeger. Ooit ben ik geschiedenis gaan studeren om de verhalen van vroeger te horen. Maar bij een studie geschiedenis worden helemaal geen verhalen verteld. Ik moest verbanden gaan leggen, jaartallen onthouden, weten wat een feit is. Al snel was geschiedenis een studie geworden, geen leuk verhaal. Pas tijdens mijn scriptie vond ik iets dat mijn hart sneller deed kloppen: formulieren van jonge mannen waarop zij aangaven waarom zij naar Zuid-Afrika wilden emigreren. Daar kwam een glimp uit het verleden: een naam, een leeftijd, een woonplaats en het verlangen iets anders van hun leven te maken- hun verwachtingen. Wat wilden mensen vroeger met hun leven, hoe zag dat eruit? Ik kon maar een klein stukje verbeelden. Ik zag jonge mannen in de jaren vijftig die in Nederland geen plek voor zichzelf zagen, die hogerop wilden, of een eigen bedrijf wilden starten, maar de juiste papieren niet hadden of gewoon geen andere woonplek konden vinden dan de zolder van hun ouders. Velen spraken nauwelijks Engels, maar dat hoefde natuurlijk ook niet, want in Zuid-Afrika woonde oude Hollanders. Waar ik zo enthousiast over was, kon ik niet delen met mijn scriptiebegeleider. Wat ik had gevonden, was leuk voor erbij, niet voor de kern van een scriptie. En dus vertok ik richting de archieven van het ministerie van Sociale Zaken. Dit ministerie hield zich destijds bezig met emigratie. Op een enkel juweeltje na vond ik daar vooral beleidsstukken. Welke mensen mochten migreren en welke mensen Zuid-Afrika wilde toelaten. Dus mijn scriptie ging uiteindelijk over beleid en niet over mensen, niet over verhalen van mensen.
Dit is een lange inleiding voor iets wat ik eigenlijk op mijn blog wilde zetten: een
foto van de naaimachine van mijn oma. Ik heb er geen verhaal over en kan mijn oma er helaas ook niet meer naar vragen, want ze is al bijna 14 jaar dood. Maar de naaimachine is in ere hersteld. Na wat smeerwerk doet hij het weer prima. Nu ben ik geen handwerkster (dit mag toch wel in de vrouwelijke vorm, vind ik), maar een kruikenzak is mij toch gelukt. De nachten worden weliswaar warmer, maar mijn voeten doen daar nog niet aan mee, dus ik ben blij met mijn huisvlijt. Vervolgens had ik nog een stukje stof over en heb er nog één gemaakt. Hij is appeltjesgroen en zo zacht als fleece en wie hem wil, mag hem hebben. Laat maar een berichtje achter.
Dit is een lange inleiding voor iets wat ik eigenlijk op mijn blog wilde zetten: een
zaterdag 20 februari 2010
Wetenschap
Vandaag heb ik mijn beta-hersens moeten aanspreken. Normaal doe ik niets met beta. Ik reken mijn financiën uit met de rekenmachine en verder komen er geen cijfers voor in mijn leven. Ik onderga beta alleen maar, als ik val of thee zet. Maar vandaag heb ik geluisterd naar theorieën van Galilei, Newton en Einstein. Een deel van mijn hersenen deed een verwoede poging, maar de tijd waarin ik goed was met cijfers ligt meer dan een decennium achter me. Af en toe droomde ik dus weg tussen alle deeltjes, krachten en sterren. Eigenlijk was dat best geruststellend- de wereld draait toch wel door.
Schuin voor me zat een man van middelbare leeftijd. Te lang haar, baard van een week, oud leren jack en een spijkerbroek die de wasmachine al weken niet had gezien. Maar dit viel me pas op toen ik hem had geroken. De sigarettenrook leek wel om hem heen op te stijgen- dit completeerde zijn beeld. Ik droomde verder over mensen die ik geroken had. In de tram nam laatst een groep scholieren bezit van de plaatsen om mij heen- zij maakten geluid als een zwerm kraaien en roken chemisch zoet: naar roze snoepjes en kauwgomballen, precies zoals het hoort bij jonge tieners. Naast me zat een meisje: begin twintig, een bos rode krullen en zachte lippen. Haar rook ik niet, maar ze deed me denken aan het meisje dat bemind werd door Jean-Baptiste Grenouille. Ik probeerde niet meer te ruiken en luisterde weer naar de professor. Hij vertelde over een 400 jaar durende storm op Jupiter en over elkaar buitelende klimaatonderzoekers. Daarna mochten mensen vragen stellen.
Eerlijk gezegd vrees ik de stilte die dan valt. Moet ik iets vragen om te laten zien dat geluisterd heb? Of om de gast op zijn gemak te stellen? Er is toch geen enkel verhaal waar je géén vragen over kunt hebben? Dus pijnigde ik mijn hersenen. Ondertussen werkte mijn neus harder dan mijn brein. Vanachter mij rook ik oude aarde, oud mens. Natuurlijk is het niet helemaal eerlijk, want ik had de man geschoeid met stevige leren sandalen, mosgroene sokken en een paulus-de-boskabouterbaard allang gezien. Toen hij zijn vraag inleidde met: ik ben geoloog, verbaasde het mij niets.
Na alle onbegrijpelijke vragen over zware deeltjes, ging ik toch opgewekt de deur uit. Ik ga weliswaar niet de nieuwe quantumtheorie ontdekken, maar een verband vinden tussen iemands geur en iemands verschijning is toch ook een verband. En verbanden vinden, daar draait het om in de wetenschap.
Schuin voor me zat een man van middelbare leeftijd. Te lang haar, baard van een week, oud leren jack en een spijkerbroek die de wasmachine al weken niet had gezien. Maar dit viel me pas op toen ik hem had geroken. De sigarettenrook leek wel om hem heen op te stijgen- dit completeerde zijn beeld. Ik droomde verder over mensen die ik geroken had. In de tram nam laatst een groep scholieren bezit van de plaatsen om mij heen- zij maakten geluid als een zwerm kraaien en roken chemisch zoet: naar roze snoepjes en kauwgomballen, precies zoals het hoort bij jonge tieners. Naast me zat een meisje: begin twintig, een bos rode krullen en zachte lippen. Haar rook ik niet, maar ze deed me denken aan het meisje dat bemind werd door Jean-Baptiste Grenouille. Ik probeerde niet meer te ruiken en luisterde weer naar de professor. Hij vertelde over een 400 jaar durende storm op Jupiter en over elkaar buitelende klimaatonderzoekers. Daarna mochten mensen vragen stellen.
Eerlijk gezegd vrees ik de stilte die dan valt. Moet ik iets vragen om te laten zien dat geluisterd heb? Of om de gast op zijn gemak te stellen? Er is toch geen enkel verhaal waar je géén vragen over kunt hebben? Dus pijnigde ik mijn hersenen. Ondertussen werkte mijn neus harder dan mijn brein. Vanachter mij rook ik oude aarde, oud mens. Natuurlijk is het niet helemaal eerlijk, want ik had de man geschoeid met stevige leren sandalen, mosgroene sokken en een paulus-de-boskabouterbaard allang gezien. Toen hij zijn vraag inleidde met: ik ben geoloog, verbaasde het mij niets.
Na alle onbegrijpelijke vragen over zware deeltjes, ging ik toch opgewekt de deur uit. Ik ga weliswaar niet de nieuwe quantumtheorie ontdekken, maar een verband vinden tussen iemands geur en iemands verschijning is toch ook een verband. En verbanden vinden, daar draait het om in de wetenschap.
maandag 15 februari 2010
Zoete verleiding
Op sommige dagen zijn ze niet te weerstaan: snoepjes. Meestal kom ik een heel eind met de voorraad chocolade en koekjes die ik in huis heb, maar nu zeurde een klein meisje in mijn hoofd om zoetigheid. Het eerste wat ik zag toen ik de supermarkt inliep waren kleine gele bananensnoepjes. Onweerstaanbaar voor een knorrende maag. Maar ik bedacht me- er zijn veel gezondere snoepalternatieven. Dus gooide ik een zakje met noten en rozijnen in mijn mandje en toch ook maar een reep chocolade, want die komt altijd van pas. Mijn maag en het kleine meisje in mij hielden zich koest. Zij waren voor even tevreden gesteld met het vooruitzicht van lekkers. Zo kon ik rustig mijn andere boodschappen doen. Mijn mandje was gevuld en ik liep richting de kassa. Het kleine meisje haalde een truc uit, die ze had aangeleerd op vroegere winkeltochten met moeder: in een onbewaakt ogenblik gooide ze toch de bananensnoepjes in het mandje. Pas bij het afrekenen was ik me bewust van mijn fout. Op weg naar huis brandden de snoepjes in mijn tas. Thuis graaide ik als eerst naar de bananensnoepjeszak en keurde de nootjes en chocolade geen blik waardig meer. En daar begon de ellende, want eigenlijk zitten er teveel snoepjes in zo'n zak. Na twee uur lang consequent elke 10 minuten minstens twee snoepjes te hebben gegeten, was ik misselijk en niet zo'n beetje ook. Nu is de zak voor driekwart leeg en heb ik geen honger meer. De buurman bracht mijn redding, voor zowel mijn geest als lichaam. Van een beetje kleurstoffen en een paar goede E-nummers word je volgens hem alleen maar sterker. Goed voor het afweersysteem dus. Ik weet zeker dat hij gelijk heeft: het kleine meisje is voorlopig stil.
maandag 8 februari 2010
Egel en Vlinder
Egel had een huisje gemaakt. Het was niet zo'n heel stevig huisje. Eigenlijk waren het allemaal losse blaadjes. Ze waren bruin en oud. Maar het waren wel Egels losse blaadjes. Egel vond het fijn om onder die blaadjes te kruipen. Dan zag hij niets meer van de wereld om hem heen. Het was er donker en ook een beetje muf, maar daar was Egel wel aan gewend. Als het regende bleef Egel lekker onder zijn blaadjes liggen. Af en toe voelde hij een druppel langs zijn neus naar beneden glijden.
Op een dag scheen de zon. Egel zag dat er naast zijn huisje opeens een bloemetje stond. Het was geel bloemetje met oranje streepjes. Egel vond het bloemetje mooi. Op het bloemetje zag hij iets wonderlijks. "Dag," zei Egel. "Hallo," zei Vlinder. Egel vond Vlinder heel erg bijzonder. Ze had zoveel kleuren; heel anders dan hijzelf. Egel was helemaal bruin. Behalve zijn ogen, die waren zwart.
Vlinder kon hele mooie verhalen vertellen. Ze vertelde Egel over weilanden vol met bloemetjes en over keitjes in het water, waar ze lekker op kon zitten als de zon scheen. Egel vond dat allemaal heel bijzonder. Egel vertelde Vlinder over nootjes en wormpjes die hij bij de bomen vond. Hij liet zijn voorraad met eten zien aan Vlinder en vertelde over de blaadjes waar hij onder lag, als het regende. Vlinder was onder de indruk van Egel. Egel vond het gezellig dat Vlinder er was. Ze bleven maar praten over hun belevenissen. Vlinder dronk van de nectar en Egel at zijn nootjes.
Opeens waren de nootjes op. "Ik ga nootjes zoeken, Vlinder," zei Egel. Vlinder vond het niet leuk dat Egel wegging. Toch ging Egel weg. Hij had honger. Toen Egel nootjes had verzameld, at hij die lekker op. Hij lag in zijn huisje en was tevreden, want zijn buikje was vol. Egel wilde weer met Vlinder praten, maar Vlinder was weg. Ze had niet gewacht op Egel. Het bloemetje waar Vlinder op had gezeten, was er ook niet meer. Zo komt Vlinder nooit meer terug, dacht Egel. Want zij houdt niet van bruine blaadjes. Zij houdt van bloemetjes. Daarom ging Egel op zoek naar bloemetjes. Hij vond er twee: een blauwe en een witte. Hij nam ze mee en legde ze neer bij zijn huisje. Nu komt Vlinder wel terug, dacht Egel.
Op een dag zag Egel Vlinder vliegen. "Vlinder, Vlinder," riep Egel, "hier ben ik!". Maar Vlinder hoorde het niet. De bloemetjes die Egel voor Vlinder had geplukt, zag ze niet, want ze keek de andere kant op. Egel was heel verdrietig. Egels tranen vielen op de bloemetjes. Hij vond het met Vlinder leuker dan alleen. Toen hij aan al haar mooie verhalen terugdacht, kon hij toch een beetje lachen. Hij vond het heel jammer dat Vlinder niet meer langskwam, maar gelukkig zaten de verhalen nog in zijn hoofd. "Dag Vlinder," zei Egel zacht.
Op een dag scheen de zon. Egel zag dat er naast zijn huisje opeens een bloemetje stond. Het was geel bloemetje met oranje streepjes. Egel vond het bloemetje mooi. Op het bloemetje zag hij iets wonderlijks. "Dag," zei Egel. "Hallo," zei Vlinder. Egel vond Vlinder heel erg bijzonder. Ze had zoveel kleuren; heel anders dan hijzelf. Egel was helemaal bruin. Behalve zijn ogen, die waren zwart.
Vlinder kon hele mooie verhalen vertellen. Ze vertelde Egel over weilanden vol met bloemetjes en over keitjes in het water, waar ze lekker op kon zitten als de zon scheen. Egel vond dat allemaal heel bijzonder. Egel vertelde Vlinder over nootjes en wormpjes die hij bij de bomen vond. Hij liet zijn voorraad met eten zien aan Vlinder en vertelde over de blaadjes waar hij onder lag, als het regende. Vlinder was onder de indruk van Egel. Egel vond het gezellig dat Vlinder er was. Ze bleven maar praten over hun belevenissen. Vlinder dronk van de nectar en Egel at zijn nootjes.
Opeens waren de nootjes op. "Ik ga nootjes zoeken, Vlinder," zei Egel. Vlinder vond het niet leuk dat Egel wegging. Toch ging Egel weg. Hij had honger. Toen Egel nootjes had verzameld, at hij die lekker op. Hij lag in zijn huisje en was tevreden, want zijn buikje was vol. Egel wilde weer met Vlinder praten, maar Vlinder was weg. Ze had niet gewacht op Egel. Het bloemetje waar Vlinder op had gezeten, was er ook niet meer. Zo komt Vlinder nooit meer terug, dacht Egel. Want zij houdt niet van bruine blaadjes. Zij houdt van bloemetjes. Daarom ging Egel op zoek naar bloemetjes. Hij vond er twee: een blauwe en een witte. Hij nam ze mee en legde ze neer bij zijn huisje. Nu komt Vlinder wel terug, dacht Egel.
Op een dag zag Egel Vlinder vliegen. "Vlinder, Vlinder," riep Egel, "hier ben ik!". Maar Vlinder hoorde het niet. De bloemetjes die Egel voor Vlinder had geplukt, zag ze niet, want ze keek de andere kant op. Egel was heel verdrietig. Egels tranen vielen op de bloemetjes. Hij vond het met Vlinder leuker dan alleen. Toen hij aan al haar mooie verhalen terugdacht, kon hij toch een beetje lachen. Hij vond het heel jammer dat Vlinder niet meer langskwam, maar gelukkig zaten de verhalen nog in zijn hoofd. "Dag Vlinder," zei Egel zacht.
maandag 1 februari 2010
Mannendingen doen
Sommige dingen horen mannen te doen: fietsbanden plakken, dode beesten verwijderen, mij beschermen tegen onweer en alles wat met de werking van de computer te maken heeft. Nu is er geen man, die al die klusjes van mij wil overnemen. Dus betaal ik een fietsenmaker en pak heldhaftig alle dode wormen uit mijn gang en gooi ze weer naar buiten. Waarom ze er trouwens voor kiezen in mijn gang te sterven is mij een raadsel. Waarschijnlijk is dat beter dan sterven in de kou of in de maag van een merel. Spinnenlijkjes spoel ik meestal door gootsteen of het toilet en dode pissebedden worden opgezogen.
Dat beschermen tegen onweer kan ik zelf niet, maar ik heb wel een effectieve manier gevonden om dat natuurgeweld te overleven. Oordopjes! Aangezien ik banger ben voor de donder dan de flits, is dat een uiterst effectief wapen. Tja, dan blijft alleen de computer over. Mijn broertje en ex-vriendjes wonen niet in de buurt en de buurman is wel handig maar niet technisch, dus dan maar zelf klussen aan een nieuwe gedeelde internetverbinding. De handleiding van de router stond vol met onbegrijpelijke termen, dus ik toog met mijn mooiste glimlach richting de computerwinkel waar ik de router had gekocht. De man begon over LAN- en WAN-uitgangen en het opnieuw instellen van de router. Met de kabels ging niet zoveel mis, met het instellen des te meer. Waar moest ik dat in godsnaam doen? Weer de handleiding erbij, maar nog even onbegrijpelijk. Tot mijn oog viel op het kopje 'terugkeren naar de fabrieksinstellingen'. Er stond een groot uitroepteken bij: ik mocht dat alleen doen als alle andere opties waren mislukt. Heerlijk zo'n escape-knop. Gelijk ingedrukt en via een cd-rom alles automatisch opnieuw laten installeren. Fluitje van een cent en het internet deed het. Geen man voor nodig.
Alleen 's nachts in bed, daar is het maar leeg zonder kerel.
Dat beschermen tegen onweer kan ik zelf niet, maar ik heb wel een effectieve manier gevonden om dat natuurgeweld te overleven. Oordopjes! Aangezien ik banger ben voor de donder dan de flits, is dat een uiterst effectief wapen. Tja, dan blijft alleen de computer over. Mijn broertje en ex-vriendjes wonen niet in de buurt en de buurman is wel handig maar niet technisch, dus dan maar zelf klussen aan een nieuwe gedeelde internetverbinding. De handleiding van de router stond vol met onbegrijpelijke termen, dus ik toog met mijn mooiste glimlach richting de computerwinkel waar ik de router had gekocht. De man begon over LAN- en WAN-uitgangen en het opnieuw instellen van de router. Met de kabels ging niet zoveel mis, met het instellen des te meer. Waar moest ik dat in godsnaam doen? Weer de handleiding erbij, maar nog even onbegrijpelijk. Tot mijn oog viel op het kopje 'terugkeren naar de fabrieksinstellingen'. Er stond een groot uitroepteken bij: ik mocht dat alleen doen als alle andere opties waren mislukt. Heerlijk zo'n escape-knop. Gelijk ingedrukt en via een cd-rom alles automatisch opnieuw laten installeren. Fluitje van een cent en het internet deed het. Geen man voor nodig.
Alleen 's nachts in bed, daar is het maar leeg zonder kerel.
Abonneren op:
Posts (Atom)