zondag 12 december 2010

Indruk maken

Piep, piep, piep. Verstoord kijk ik op uit mijn krant. De treincoupé heeft zich gevuld. Tegenover mij is een jongen komen zitten: universiteitstrui, spijkerbroek en sneakers. Ik vraag hem of hij weet waar dat geluid vandaan komt. Van een telefoon denkt hij, maar niet de zijne. Hij vertelt dat hij zelf ooit heeft overwogen een Nintendo DS te kopen om de tijd in de trein door te komen. Maar ja, welke indruk zou hij daarmee achterlaten? Dat hij een autistische nerd was, dacht hij zelf. En welke indruk wilde hij maken? Die van een nonchalante intellectueel. Dus liep hij de matrix door en bij het gewenste hokje stond helaas niet 'Nintendo DS bespelen', maar 'The Economist lezen'. Dus dat doet hij nu. En terwijl hij de studentikoze intellectueel speelt, vraag ik me af welke indruk ik maak: jas nog dicht (dus een koukleum), Trouw lezend (dus christelijk-progressief) en me ergerend aan piepjes (dus licht neurotisch).

Indrukken, juist of niet, geef ik meestal weg zonder erover na te denken. Slechts een enkele keer maakt iemand me erop attent. Toen ik J. voor het eerst zag, had hij zich niet geschoren. Bewust niet, vertelde hij. Hij vond het een risico: wellicht verkoos ik gladde wangen. Hij waagde een gokje en gokte goed. J. hield echter niet op bij de analyse van zichzelf- ik moest er ook aan geloven. Mijn rokje had ik voor hem aangetrokken, vertelde hij mij. Juist ja. Hij had gelijk, natuurlijk, maar nu voelde ik me toch lichtelijk ongemakkelijk. Was een spijkerbroek niet beter geweest? Had ik nu de indruk gegeven dat...? "Je ziet er leuk uit," verbrak hij mijn gepeins.

Gelukkig maar, ik zie er leuk uit. Deze licht-neurotische koukleum met progressief-christelijke sympathiën kan met een gerust hart indrukken rond blijven strooien. Alleen de jonge intellectueel uit de trein, tsja, die moet er na het uitlezen van 'The Economist' de matrix voor de juiste sokken nog maar eens op naslaan. Want witte sportsokken- daar helpt zelfs een gezaghebbend Engels opinieblad niet tegen.

woensdag 1 december 2010

Geklaag uit een witte wereld

Glibberend reed ik gisteren over een verijsde straat. Eigenlijk ben ik een schijtluis als het gesneeuwd heeft en ik de straat op moet. Met mijn bergschoenen de wereld betreden zou heel praktisch zijn. Maar ja, bergschoenen... lelijk, oncharmant en al helemaal niet sexy. Dus verkies ik mijn hele degelijke laarzen, zonder hak dat wel, maar ook zonder enig profiel. Op straat loop ik dan met mijn hoofd naar beneden, zoekend naar stukjes waar nog niemand gestaan heeft (want die zijn minder glad, toch?) of waar de sneeuw nog geen vat op heeft gekregen. Nog erger dan lopen is fietsen. Mijn oude brakke studentenfiets heeft weliswaar geregeld nieuwe banden gekregen, maar mijn vertrouwen in hem daalt snel naarmate de witte laag dikker en vooral gladder wordt. Eigenlijk durf ik niet eens op te stappen. Met mijn gladde schoenen moet ik mezelf dan afduwen om de fiets in de beweging te krijgen. Lichtelijk geslinger en vervaarlijk geglij zijn dan gelijk het gevolg. Als die hobbel genomen is, wil ik geen bochten hoeven nemen en moeten remmen. Maar ja, dan kom ik nergens. Gisteren kwam ik gelukkig zonder blauwe plekken aan op de plaats van bestemming. Behoedzaam stapte ik af en zette mijn fiets tegen een vrij stukje muur. Ik wilde bij Happietaria naar binnen glijden, maar kon mezelf nog net op tijd stoppen voor een opa en oma, die de oversteek van auto naar de ingang duidelijk nog enger vonden dan ik. 'Broze botjes, broze mensjes' dacht ik. Niets bleek minder waar. Eenmaal binnen waren de hindernissen de wereld nog niet uit. Een helling moest worden genomen om de eetzaal te kunnen bereiken. Moeder en opa liepen gearmd voorop, oma bleef beneden achter. "Neemt u de tijd maar," probeerde ik haar op haar gemak te stellen. Maar dat was helemaal niet nodig. "Ik wachtte op u, zodat u me een arm geeft en mij naar boven helpt." Voor ik het wist liep ik gearmd met oma naar boven. Van zoveel kordaatheid in die broze botjes werd ik heel blij, evenals van het prima eten en het goede gesprek met oud-huisgenoot A. Zo blij zelfs dat ik twee dingen besloot: een facebookpagina maken (dat is weer een ander verhaal) en bovenal gewoon doorrijden over de sneeuw. Daar krijg ik het ook nog eens veel minder koud van :-)