maandag 26 juli 2010
Haken en ogen
13 meter touw, 5 catrollen, 3 haken en 3 ogen dacht ik nodig te hebben voor een ingenieus systeem om een plank tegen de muur te takelen. Boven mijn trap lag het platje, waar ik grootse plannen mee had. Er moest een stellingkast op komen, waar al mijn zooi in zou kunnen- van houten skiënde kerstmannetjes tot verfrollers. Het probleem van mijn plan was dat ik niet bij de platje kon. Nu had mijn handige buurman dat probleem opgelost door een loopplank voor mij te maken. Die loopplank moest alleen óók opgeborgen kunnen worden. Mijn trap zou ik anders niet meer makkelijk op en af kunnen. Voor mijn slappe meisjesarmen was het alleen geen optie die loopplank elke keer op te tillen. Daarom zat ik anderhalf uur lang met pen, papier en meetlint peinzend in mijn trapgat. Na eindeloos meten en wegstrepen van mogelijkheden was ik onnoemelijk trots om mijn gevonden oplossing. Ik zou catrollen bevestigen aan de muur en het plafond en mijn loopplank tegen de muur takelen. Met catrollen en touw hoefde ik slechts aan één uiteinde een beetje kracht te leveren. Mijn vinding getuigde natuurlijk van enorm ruimtelijk inzicht. Die wilde ik niet voor mezelf houden, maar delen. En het liefst deelde ik die natuurlijk met degene die dat hogelijk zou kunnen waarderen: de buurman. De buurman kwam kijken, zodat ik terplaatse mijn geweldige plan uit de doeken kon doen. Aanvankelijk keek hij met een grote frons naar mijn muren en plafond, waar ik mijn gevaarte zou bouwen. Hij pakte de loopplank nog een keer vast, zette hem op zijn kant en vroeg: "Als ik tegen deze balk nou even één schuifje maak zodat de plank aan de kant ligt en jij je trap gewoon kunt gebruiken, is dat dan ook oké?" Verbouwereerd knikte ik ja.
maandag 5 juli 2010
OV-chipkaart
Waarschijnlijk heb ik als allerlaatste 65-minner afgelopen week mijn ov-chipkaart in gebruik genomen. Huiverig als ik was voor exorbitante prijsverhogingen (ja, ik kan mij de overgang van de gulden naar de euro nog herinneren) en met twee bijna ongebruikte strippenkaarten in mijn portemonnee, stelde ik het gebruik van de chipkaart uit. Wel bewoog ik me dan angstig richting de twee grootste Nederlandse steden. Zouden ze mijn ouderwetse blauwe papiertje wel accepteren? Of zou ik grote angsten uit moeten staan door mijn ritjes zwart te rijden? Ik heb één keer bewust zwart gereden, uit overmacht; S. en ik moesten haastig de trein inspringen zonder kaartje of een uur vertraging accepteren... we waagden de sprong. Maar S. kan zich waarschijnlijk ook levendig herinneren dat ik bij elke stop nerveus mijn hoofd naar buiten stak om te zien of de conducteur zich al in onze richting bewoog. Het liefst had ik me 45 minuten lang op een stinkend toilet verschanst. S. maakte zich niet zo druk en hij peinsde er al helemaal niet over om zich met mij in de treinwc te verstoppen. Gelukkig heeft de conducteur ons niet bezocht en zijn de zwartrij-angsten in de grote steden mijn bespaard gebleven: mijn strippenkaart was gewoon nog geldig.
Mijn ritje naar Katwijk bezorgde me geen kopzorgen. Wel plaatsvervangende schaamte over mijn hang naar de strippenkaart. Tegenover mij zaten twee gepermanente grijze dametjes. Beiden hadden zonder moeite ingecheckt. Aan hun pols hadden ze een speciaal bandje met ov-chipkaarthouder. Deze 80-plussers waren ervaren ov-chipkaartreizigers! Zonder enige moeite checkten ze uit. Ik zat ondertussen angstvallig met mijn chipkaart op schoot: het inchecken was goed gegaan, maar ik mocht niet vergeten uit te checken. Ik moest mezelf tegenhouden mijn portemonnee op te bergen. In mijn hoofd repeteerde het zinnetje van de Connexxion-mevrouw: "Reist u met de ov-chipkaart? Vergeet dan niet uit te checken!" Blieb zei de machine toen ik de bus verliet. Het was gelukt. Met veel ontzag keek ik naar een jongen die, oordopjes in, murmelend op de muziek, achteloos zijn portemonnee uit zijn kontzak greep en die langs de scanner zwaaide. Hij was een echte pro. Het zal nog wel even duren voordat ik zonder nadenken de bus uitstap én uitcheck.
Mijn ritje naar Katwijk bezorgde me geen kopzorgen. Wel plaatsvervangende schaamte over mijn hang naar de strippenkaart. Tegenover mij zaten twee gepermanente grijze dametjes. Beiden hadden zonder moeite ingecheckt. Aan hun pols hadden ze een speciaal bandje met ov-chipkaarthouder. Deze 80-plussers waren ervaren ov-chipkaartreizigers! Zonder enige moeite checkten ze uit. Ik zat ondertussen angstvallig met mijn chipkaart op schoot: het inchecken was goed gegaan, maar ik mocht niet vergeten uit te checken. Ik moest mezelf tegenhouden mijn portemonnee op te bergen. In mijn hoofd repeteerde het zinnetje van de Connexxion-mevrouw: "Reist u met de ov-chipkaart? Vergeet dan niet uit te checken!" Blieb zei de machine toen ik de bus verliet. Het was gelukt. Met veel ontzag keek ik naar een jongen die, oordopjes in, murmelend op de muziek, achteloos zijn portemonnee uit zijn kontzak greep en die langs de scanner zwaaide. Hij was een echte pro. Het zal nog wel even duren voordat ik zonder nadenken de bus uitstap én uitcheck.
Abonneren op:
Posts (Atom)