Vandaag heb ik mijn beta-hersens moeten aanspreken. Normaal doe ik niets met beta. Ik reken mijn financiën uit met de rekenmachine en verder komen er geen cijfers voor in mijn leven. Ik onderga beta alleen maar, als ik val of thee zet. Maar vandaag heb ik geluisterd naar theorieën van Galilei, Newton en Einstein. Een deel van mijn hersenen deed een verwoede poging, maar de tijd waarin ik goed was met cijfers ligt meer dan een decennium achter me. Af en toe droomde ik dus weg tussen alle deeltjes, krachten en sterren. Eigenlijk was dat best geruststellend- de wereld draait toch wel door.
Schuin voor me zat een man van middelbare leeftijd. Te lang haar, baard van een week, oud leren jack en een spijkerbroek die de wasmachine al weken niet had gezien. Maar dit viel me pas op toen ik hem had geroken. De sigarettenrook leek wel om hem heen op te stijgen- dit completeerde zijn beeld. Ik droomde verder over mensen die ik geroken had. In de tram nam laatst een groep scholieren bezit van de plaatsen om mij heen- zij maakten geluid als een zwerm kraaien en roken chemisch zoet: naar roze snoepjes en kauwgomballen, precies zoals het hoort bij jonge tieners. Naast me zat een meisje: begin twintig, een bos rode krullen en zachte lippen. Haar rook ik niet, maar ze deed me denken aan het meisje dat bemind werd door Jean-Baptiste Grenouille. Ik probeerde niet meer te ruiken en luisterde weer naar de professor. Hij vertelde over een 400 jaar durende storm op Jupiter en over elkaar buitelende klimaatonderzoekers. Daarna mochten mensen vragen stellen.
Eerlijk gezegd vrees ik de stilte die dan valt. Moet ik iets vragen om te laten zien dat geluisterd heb? Of om de gast op zijn gemak te stellen? Er is toch geen enkel verhaal waar je géén vragen over kunt hebben? Dus pijnigde ik mijn hersenen. Ondertussen werkte mijn neus harder dan mijn brein. Vanachter mij rook ik oude aarde, oud mens. Natuurlijk is het niet helemaal eerlijk, want ik had de man geschoeid met stevige leren sandalen, mosgroene sokken en een paulus-de-boskabouterbaard allang gezien. Toen hij zijn vraag inleidde met: ik ben geoloog, verbaasde het mij niets.
Na alle onbegrijpelijke vragen over zware deeltjes, ging ik toch opgewekt de deur uit. Ik ga weliswaar niet de nieuwe quantumtheorie ontdekken, maar een verband vinden tussen iemands geur en iemands verschijning is toch ook een verband. En verbanden vinden, daar draait het om in de wetenschap.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
hihi :-)
BeantwoordenVerwijderen