Gisteren zat ik in de trein. Ik prijsde mezelf gelukkig dat het rustig was, want ik was moe. Met mijn hoofd leunde ik tegen het raam. De polders gleden voorbij zonder dat ik er veel van opmerkte, totdat de trein afremde voor een station. Bovenop een kantorencomplex stond een groot bord. Op het rode bord stond in witte kapitalen: 'Te huur- een goed gevoel'. Ja, dacht ik, zo'n goed gevoel wil ik best huren, want ik ben nu al moe en het is pas ochtend. Maar hoeveel zou een goed gevoel kosten? En hoeveel zou ik ervoor over hebben? Wanneer zou ik denken: dat goede gevoel, dat is me te duur, geef mij maar het 'best oké-gevoel' vandaag. Een goed gevoel huren, betekent dat ik het nooit zou bezitten. En een goed gevoel wil ik toch hébben, of, zolang ik het nog niet heb, krijgen. Dat impliceert toch dat het mij gratis gegeven wordt.
Mijn gedachten over het huren van gevoel verdwenen snel en de trein reed verder. Zo'n 6 uur later kwam ik weer langs het bord. Ik zag het niet meer- ik weet alleen nog dat ik wenste dat het stil was in de trein. Geen goed gevoel, alleen nog stilte.
Die stilte kwam thuis en het goede gevoel ook. Na een kop thee wachtten buiten de twee ongeduldige kleinkinderen van mijn buurvrouw. Of ik ze wilde pakken, in de lucht gooien, op hun kop houden, kietelen en op hun buik blazen. Met wapperende haren renden ze voor me uit over het grasveld, lieten zich alvast vallen en wachtten met grote ogen af tot ik ze over mijn schouder gooide. Ze lachtten en riepen "Ienke, Nienke" voor nog een ronde en nog één en nog één en nog een allerlaatste. Tot in hun bed wilden ze spelen. Fijn was dat, twee kleine mannekes die me, met een heleboel lawaai, gratis en voor niets een goed gevoel gaven.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten