Ik stond bij een bushalte in Utrecht. Het regende, zonder dat het koud of vervelend was. Het was een rustige straat, met niet al te grote, maar wel verzorgde huizen. Af en toe kwam een fietser voorbij; de auto's hielden zich keurig aan de maximumsnelheid. Eigenlijk gebeurde er niets- het was een goede zondag. Totdat er vanachter de huizen een donker, gemeenschappelijk gegrom kwam aanrollen. Het zwol aan en rolde weer terug. Er was gescoord, of bijna. Dat weet ik niet.
De enige voetbalwedstrijd waar ik ooit geweest ben, is de play-off Ajax-Heerenveen, zo'n 2,5 jaar geleden. In het half gevulde stadion kon ik een paar keer opstaan, omdat Ajax scoorde. Het gevoel dat bij de bushalte over me heen kwam, was van een andere orde. Ik kon me opeens voorstellen hoe gladiatoren zich gevoeld moeten hebben bij het betreden van de arena. Het gemeenschappelijke gegrom was iets dierlijks, mannelijks. Hier ging het om overleven, om voortplanten- met dat gegrom kwam de spanning vrij. Het was gelukt- dat overleven, dat voortplanten. Utrecht had gewonnen. En mijn broertje, mijn kleine grote broertje was een van de grommende mannen geweest.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Leuk stukje Nien!! Gelukkig bleef het bij gemeenschappelijk gegrom. Stel je voor dat we verloren hadden.
BeantwoordenVerwijderenhttp://www.nrc.nl/wetenschap/article2423583.ece/Man_Slaat_door_bij_verlies_van_zijn_favoriete_sportclub
Inderdaad leuk stukje Nienk!
BeantwoordenVerwijderen